Samenvatting: Proces En Layout Design
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Proces en layout design
-
3 Basis
Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3
Laat hier meer flashcards zien -
Wat bedoelen ze met productkwaliteit en Totale kwaliteit?
Productkwaliteit : vroeger keek men bij eenkwaliteitscontrole alleen naar heteindproduct .Totale kwaliteit: nu wordt er gekeken naarproceskwaliteit ,organisatiekwaliteit enketenkwaliteit . Totale kwaliteit betekent ook wel dat alles en iedereen in de organisatie moet bijdragen aan de kwaliteit. -
Wat is het Triademodel van Poiesz?
Dit model stelt dat je het gedrag van de medewerker alleen succesvol kunt veranderen als er aan 3 voorwaarden tegelijk wordt voldaan. Dit zijn:
- Gelegenheid: Krijgt de medewerker de tijd, de middel en de juiste werkplek om het goed te doen?
- Capaciteit: Heeft de medewerker de juiste kennis, vaardigheden en intelligentie om de taak uit te voeren?
- Motivatie: Wil de medewerker het wel echt doen? Heeft die voldoende intrinsieke of extrinsieke motivatie? -
Wat is de formule van het Triade model?
Gedrag = Gelegenheid x Capaciteit x Motivatie -
Welk meetinstrument gebruik je om te controleren of de totale kwaliteit ook echt in de hele organisatie is doorgevoerd? En hoe werkt dit model?
HetINK-managementmodel
Dit model knipt deorganisatie op in 2hoofdgroepen om te kijken hoe de inrichting van het bedrijf leidt tot de uiteindelijkeprestaties .
De 2hoofdgroepen zijn:
De 5organisatiegebieden (hoe we het doen) dit is delinkerkant van het model hier wordt gekeken naar:- leiderschap - management vanmedewerkers - strategie enbeleid - management vanmiddelen - management vanprocessen .
De 4resultaatgebieden (wat we ermee bereiken) dit is de rechterkant van het model. Wat is heteffect van delinkerkant op:- medewerkers - klanten - partners
- demaatschappij - bestuur /financiers . -
4 Processen beschrijven (PLAN)
Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4
Laat hier meer flashcards zien -
Waar hangt het abstractie niveau van af?
Van devolwassenheidsfase van eenbedrijf . Dit betekent hoeervarener enzelfstandiger demedewerkers zijn hoe minder gedatailleerd jeprocessen moetbeschrijven .
veel details: laag abstractie niveau
weinig details: hoog abstractie niveau -
4.1 risico analyse en borging
Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat kun je doen als uit de risicoanalyse komt dat een risico onacceptabel hoog is?
Je kunt dan 4 dingen doen:
1: Voorkomen: zorgen dat de fout überhaupt niet meer gemaakt wordt.
2: Verkleinen: De kans op de fout of schade van de fout kleiner maken.
3: Verzekeren: je financieel indekken tegen schade
4: Verwaarlozen: Het risico accepteren (dit doe je alleen als de kosten om het op te lossen veel hoger zijn dan de schade zelf) -
Wat is de formule van de risicoanalyse?
Risico = Waarschijnlijkheid x Blootstelling x Effect
(Oftewel: Hoe vaak komt de situatie voor? Keer: hoe vaak staan we eraan bloot? Keer: hoe groot is de schade als het misgaat?) -
5 Processen besturen (DO)
Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 5
Laat hier meer flashcards zien -
Wat is het verschil tussen een KSF en een PI?
KSF: De essentiële voorwaarden om het doel te realiseren
PI: Meetbare grootheid met een streefwaarde
dus KSF is de harde eis en PI is de meter die het bijhoud -
wat betekent: KSF, PI en Streefwaarde?
KSF: dit is de harde voorwaarde om je doel te halen (voorbeeld: snelle levering)
PI: Dit is het meetlint waarmee je de KSF daadwerkelijk meetbaar maakt (voorbeeld: levertijd in uren)
Streefwaarde: Dit is het exacte getal dat je wilt halen, oftewel de norm (voorbeeld: maximaal 24 uur) -
Als je tijdens de regeling ziet dat het misgaat, moet je ingrijpen met een maatregel leg uit op welke 3 manieren dit kan?
Preventief : Je grijpt vooraf in om een fout te voorkomen.Corrigerend : Je stuurt een beetje bij terwijl het proces nog loopt.Correctief : Het is al misgegaan; je keurt het product af en moet het opnieuw maken
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















