Samenvatting: Proces En Layout Design

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
LET OP!!! Er zijn slechts 83 flashcards en notities beschikbaar voor dit materiaal. Deze samenvatting is mogelijk niet volledig. Zoek a.u.b. soortgelijke of andere samenvattingen.
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Proces en layout design

  • 3 Basis

    Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat bedoelen ze met productkwaliteit en Totale kwaliteit?

    Productkwaliteit: vroeger keek men bij een kwaliteitscontrole alleen naar het eindproduct.

    Totale kwaliteit: nu wordt er gekeken naar proceskwaliteit, organisatiekwaliteit en ketenkwaliteit. Totale kwaliteit betekent ook wel dat alles en iedereen in de organisatie moet bijdragen aan de kwaliteit.
  • Wat is het Triademodel van Poiesz?

    Dit model stelt dat je het gedrag van de medewerker alleen succesvol kunt veranderen als er aan 3 voorwaarden tegelijk wordt voldaan. Dit zijn:

    - Gelegenheid: Krijgt de medewerker de tijd, de middel en de juiste werkplek om het goed te doen?
    - Capaciteit: Heeft de medewerker de juiste kennis, vaardigheden en intelligentie om de taak uit te voeren?
    - Motivatie: Wil de medewerker het wel echt doen? Heeft die voldoende intrinsieke of extrinsieke motivatie?
  • Wat is de formule van het Triade model?

    Gedrag = Gelegenheid x Capaciteit x Motivatie
  • Welk meetinstrument gebruik je om te controleren of de totale kwaliteit ook echt in de hele organisatie is doorgevoerd? En hoe werkt dit model?

    Het INK-managementmodel
    Dit model knipt de organisatie op in 2 hoofdgroepen om te kijken hoe de inrichting van het bedrijf leidt tot de uiteindelijke prestaties.
    De 2 hoofdgroepen zijn:

    De 5 organisatiegebieden(hoe we het doen) dit is de linkerkant van het model hier wordt gekeken naar: 
    - leiderschap
    - management van medewerkers
    - strategie en beleid
    - management van middelen
    - management van processen.

    De 4 resultaatgebieden(wat we ermee bereiken) dit is de rechterkant van het model. Wat is het effect van de linkerkant op:
    - medewerkers
    - klanten
    - partners
    - de maatschappij
    - bestuur/financiers.
  • 4 Processen beschrijven (PLAN)

    Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4
    Laat hier meer flashcards zien

  • Waar hangt het abstractie niveau van af?

    Van de volwassenheidsfase van een bedrijf. Dit betekent hoe ervarener en zelfstandiger de medewerkers zijn hoe minder gedatailleerd je processen moet beschrijven.

    veel details: laag abstractie niveau
    weinig details: hoog abstractie niveau
  • 4.1 risico analyse en borging

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4.1
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat kun je doen als uit de risicoanalyse komt dat een risico onacceptabel hoog is?

    Je kunt dan 4 dingen doen:
    1: Voorkomen: zorgen dat de fout überhaupt niet meer gemaakt wordt.
    2: Verkleinen: De kans op de fout of schade van de fout kleiner maken.
    3: Verzekeren: je financieel indekken tegen schade
    4: Verwaarlozen: Het risico accepteren (dit doe je alleen als de kosten om het op te lossen veel hoger zijn dan de schade zelf)
  • Wat is de formule van de risicoanalyse?

    Risico = Waarschijnlijkheid x Blootstelling x Effect


    (Oftewel: Hoe vaak komt de situatie voor? Keer: hoe vaak staan we eraan bloot? Keer: hoe groot is de schade als het misgaat?)
  • 5 Processen besturen (DO)

    Dit is een preview. Er zijn 7 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 5
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat is het verschil tussen een KSF en een PI?

    KSF: De essentiële voorwaarden om het doel te realiseren
    PI: Meetbare grootheid met een streefwaarde

    dus KSF is de harde eis en PI is de meter die het bijhoud
  • wat betekent: KSF, PI en Streefwaarde?

    KSF: dit is de harde voorwaarde om je doel te halen (voorbeeld: snelle levering)
    PI: Dit is het meetlint waarmee je de KSF daadwerkelijk meetbaar maakt (voorbeeld: levertijd in uren)
    Streefwaarde: Dit is het exacte getal dat je wilt halen, oftewel de norm (voorbeeld: maximaal 24 uur)
  • Als je tijdens de regeling ziet dat het misgaat, moet je ingrijpen met een maatregel leg uit op welke 3 manieren dit kan?

    • Preventief: Je grijpt vooraf in om een fout te voorkomen.
    • Corrigerend: Je stuurt een beetje bij terwijl het proces nog loopt.
    • Correctief: Het is al misgegaan; je keurt het product af en moet het opnieuw maken
LET OP!!! Er zijn slechts 83 flashcards en notities beschikbaar voor dit materiaal. Deze samenvatting is mogelijk niet volledig. Zoek a.u.b. soortgelijke of andere samenvattingen.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Onderwerpen gerelateerd aan Samenvatting: Proces En Layout Design