Samenvatting: Psychologie In De Gezondheidszorg | 9789031337965 | A J J M Vingerhoets, et al

Samenvatting: Psychologie In De Gezondheidszorg | 9789031337965 | A J J M Vingerhoets, et al Afbeelding van boekomslag
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Psychologie in de Gezondheidszorg | 9789031337965 | A. J. J. M. Vingerhoets; P. H. G. M. Soons; Petrus Franciscus Marie Kop

  • 1 Psychologie in de gezondheidszorg

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
    Laat hier meer flashcards zien

  • 1.6 Diagnostiek

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.6
    Laat hier meer flashcards zien

  • Over welke inzichten moet de gezondheidspsycholoog beschikken bij het diagnostisch proces om psychosociale determinanten van gezondheid en ziekte op te kunnen sporen?

    De psycholoog moet inzicht hebben in:
    • gezondheid- en ziektegedrag
    • psychosociale factoren (die van invloed zijn)
    • psycho(bio)logische mechanismen
    • ziekte-beleving van de patiënt 
    • contact-belevingt met de gezondheidszorg van de patiënt
    • kennis van verschillen in gender/cultuur
  • 1.7 Vaak toegepaste interventies voor het preventief, curatief en begeleidend handelen

    Dit is een preview. Er zijn 3 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.7
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat kan je zeggen over omgevingsgerichte doelen?

    De omgevingsgerichte doelen omvatten
    • het gezin: (als systeem) Alle gezinsleden beïnvloeden elkaar. Verandering bij 1 gezinslid kan invloed hebben op het hele systeem. Daarom moet er voor het hele gezin informatie en ondersteuning zijn, zodat het systeem goed blijft functioneren. 
    • het gezondheidszorgsysteem: Interventies die gericht zijn op het faciliteren van de therapeutische relatie tussen hulpverleners en patiënt. Informatie, consultatie en educatie tbc attitude hulpverleners.
    • de socio-culturele context: bevat interventies gericht op het sociale netwerk van de patiënt. (bv werkomgeving)
  • 2 De psycholoog bij de Gemeenschappelijke Gezondheidsdiensten (GGD)

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2
    Laat hier meer flashcards zien

  • 2.4 De GGD en de Openbare Geestelijke Gezondheidsdiensten (OGGZ)

  • Wat is het verschil tussen de GGD en de OGGZ?


    GGD is op basis van vrijwillige individuele hulpvraag. 
    OGGZ voor mensen die hier buiten vallen: daklozen, crisis bij extreme psychische problemen, bemoeizorg, extreme verwaarlozing etc. 
  • Op welke manier ziet de preventie van psychische problematiek eruit bij de GGZ-preventie?

    De preventie is gericht op het voorkómen en verminderen van ernstige psychische problematiek en of het verbeteren van de kwaliteit van leven
    Er wordt onderscheidt gemaakt in primaire, secundaire en tertiaire preventie:
    • Primair: ter voorkóming (dmv beïnvloeding beschermende en risicofactoren)
    • Secundair: voorkomen van verergering, vergroten kans op verbetering (vroege signalering adequate aanpak)
    • Tertiair: voorkómen van terugval. (periodieke ondersteunende gesprekken)
  • Wat zijn non-specifieke determinanten?

    Dit zijn determinanten die van invloed zijn op de ontwikkeling van allerlei soorten psychische problematiek. Bv, kindermishandeling vormt een risicofactor voor de ontwikkeling van een depressie of angststoornissen.
  • 3 De psycholoog en de arbeids- en organisatiedeskundige bij de arbodienst

  • Wat is de plaats van de Arbodienst in de gezondheidszorg?

    sinds de wijziging van de Arbowet in 1994 zijn werkgevers verplicht zich bij de zorg voor de arbeidsomstandigheden te laten bijstaan door een gecertificeerde arbodienst. Achtergrond hiervan is de stijging van het ziekteverzuim en de WAO instroom instroom in nederland.
  • 4 De eerstelijnspsycholoog in de gezondheidszorg

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 4
    Laat hier meer flashcards zien

  • 4.8 De belangrijkste vaardigheden van de eerstelijnspsycholoog

  • Samenvattend: Wat is nu eigenlijk klinische psychologie?

    • Integratie van kennis uit gedrag-, sociale- en biomedische wetenschappen.
    • Doel: om de kwaliteit van leven te bevorderen door bij de behandeling/zorg voor somatische ziekten aandacht te hebben voor biologische, psychologische  en sociale aspecten van gezondheid en ziekte,
    • Preventief, diagnostisch, curatief en begeleidend kunnen handelen, en wetenschappelijk onderzoek kunnen doen.
  • 5 De psycholoog in het algemeen ziekenhuis

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 5
    Laat hier meer flashcards zien

  • 5.1 Inleiding en casuïstiek

  • Welke vier groepen patiënten onderscheidt men in het algemeen ziekenhuis?

    Patienten met 
    1. Somatiek (chronisch zieke mensen, ziekte inzicht, verwerking, steun bij aanpassingen)
    2. Neuropsychologie (bij vermoeden hersenbeschadiging, medische diagnostiek, behandelen/begeleiden)
    3. Psychiatrie (persoonlijkheidsproblematiek, gedragsstoornissen: 1) abnormaal gedrag wat afwijkt van sociale norm 2) wat lijdensoor de persoon of omgeving geeft 3) past binnen begrippenkader psychiatrie)
    4. kinderen/jeugdzorg (met psychosomatische, neuropsychologische en of gedragsproblematiek. 
  • 7 De gedragskundige in de zorgverlening aan mensen met een verstandelijke handicap

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 7
    Laat hier meer flashcards zien

  • 7.1 Inleiding en casuïstiek

  • Waarom is de zorg voor gehandicapten anders dan voor patiënten met een psychiatrisch probleem?

    Ze kunnen niet worden behandeld voor hun kwaal of genezen, enkel ontwikkelen en mogelijkheden ontplooien.
  • 7.4 Het soort cliënten en hun problematiek- de hulpvraag

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 7.4
    Laat hier meer flashcards zien

  • Welke vier niveaus worden er onderscheiden in de ernst van de verstandelijke handicap?

    1. Licht verstandelijk gehandicapt
    • IQ 50-70 
    • Piaget: concreet operationeel
    • abstract denken mogelijk, redelijke zelfredzaamheid, taalontwikkeling blijft achter
    2. Matig verstandelijke gehandicapt:
    •  IQ 35-5
    • Piaget: concreet operationeel
    • denken op concreet niveau, sociale vaardigheden zijn te trainen, motoriek ontwikkelt goed
    3. Ernstig verstandelijk gehandicapt: 
    • IQ 20-35
    • Piaget: pre-operationele niveau
    • minimale spraak, weinig ontwikkelde motoriek, niet logisch denken
    4. Zeer ernstig gehandicapt: 
    • IQ lager dan 20
    • Piaget: senso-motorische fase
    • nauwelijks herkenning personen, spraak geluiden, geen vermogen tot leggen van verbanden.  

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart