Reactie op daderschap: detentie
16 belangrijke vragen over Reactie op daderschap: detentie
Wat zijn de voornaamste aspecten van jeugdstrafrecht inzake de aanpak van daderschap?
- Interventie voordat crimineel gedrag plaatsvindt door herkenning van dynamische risicofactoren.
- Sancties gericht op straffen of behandelen, zoals Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) en Terbeschikkingstelling (TBS).
Voor welke leeftijdscategorie is het adolescentenstrafrecht ingesteld en wat zijn de kenmerken?
- Leeftijd van 12 tot 18 jaar, met een aanpak tot 23 jaar.
- Benadrukt pedagogisch karakter en bevordering van ontwikkeling.
- Houdt rekening met de ernst en omstandigheden van het delict en jeugdige dader.
Welke routes zijn er binnen het jeugdstrafrecht voor jonge daders en wat houden deze in?
- Lichte vergrijpen: doorverwijzing naar Halt voor een leerstraf.
- Ernstige delicten: detentie in een justitiële jeugdinrichting en jeugdzorg.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat houdt jeugd TBS (PIJ-maatregel) in?
- Minimaal 2 jaar (+1 jaar voorwaardelijk)
- Maximaal 6 jaar (+1 jaar voorwaardelijk)
- Laatste jaar voorwaardelijk = kader voor verplichte nazorg
- Na 6 jaar eventueel omzetting in TBS
Wat zijn de verschillen in veroordeling tussen jeugdige daders in Nederland en in het buitenland?
- Jeugd TBS mogelijk vanaf 12 jaar
- Volwassenenstrafrecht vanaf 16 en 17 jarige verdachte mogelijk
Buitenland:
- GB: 15-jarige krijgt 15 jaar cel
- VS: 15-jarige school schutter levenslang met minimum van 25 jaar
Wat zijn de doelen van strafrechtelijke sancties?
- Vergelding: het leed dat de dader heeft veroorzaakt, wordt vergolden.
- Onschadelijkmaking/incapacitatie: voorkomen dat de dader nieuwe delicten pleegt.
- Generale preventie: afschrikking van de samenleving.
- Speciale preventie: afschrikking, resocialisatie en rehabilitatie van de dader.
Hoe wordt de subjectieve strafervaring beïnvloed en welke betekenis heeft dit voor vergelding?
--> Verschillen in de subjectieve detentiezwaarte kunnen worden toegeschreven aan zowel import- als deprivatiekenmerken:
- Importkenmerken: Persoonlijkheidskenmerken zoals vriendelijkheid en neuroticisme beïnvloeden hoe zwaar detentie wordt ervaren.
- Deprivatiekenmerken: Gebrek aan veiligheid en dagbesteding zijn sterk gerelateerd aan de ervaren zwaarte van detentie.
Hoe is de gevangenispopulatie samengesteld naar het risk and need principe?
- 75% werk voor detentie
- 50% schulden
- 50% drugsverslaafd
- 60% psychische problematiek
- 45% verstandelijke beperking
Wat houdt het RNR-principe in bij interventies?
- Risico: de intensiteit van de interventie afstemmen op het risiconiveau van de persoon.
- Need: waar moet interventie zich op richten, focus op individuele criminogene factoren die risico's vormen.
- Responsiviteit: wat kan een individu 'hendelen' -> herkenning van kenmerken die wijzen op potentieel mindere baat bij interventie.
Wat is het effect van detentie op recidive, en hoe verandert dat onder toezicht?
- Recidive halveert bijna binnen twee jaar na detentie (53%).
- Onder toezicht van resocialisatie, vermindert recidive naar 35%.
Is er gefaald als er zoveel receivide is?
--> Nee, hangt af van strafdoel. Gaat niet enkel om recidive, ook is afkeurend optreden (vergelding) belangrijk.
Wat zijn enkele kenmerken van personen die uit de maatschappij gehaald worden voor bescherming?
- 50% is jonger dan 40 jaar
- 30% heeft een psychotische stoornis
- 70% is gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis maar kampt met veel comorbiditeit
- 40% is veroordeeld voor (poging tot) moord of doodslag
- Meestal sterk verminderd toerekenbaar voor het indexdelict
Wat zijn de factoren die worden afgewogen wanneer er wordt gekozen tussen adolescentenstrafrecht of volwassenen strafrecht?
- Jeugdstrafrecht:
- Persoonlijkheid van de dader.
- Persoonlijke omstandigheden die van invloed zijn.
- Volwassenenstrafrecht:
- Bij ernstige feiten
Wat is het doel van detentie volgens de DJI (Dienst Jusitiële inrichting) en welk effect heeft dit op individuele criminogene factoren?
- Levenspatroon gedetineerden doorbreken
- Door aan te sluiten bij individuele criminogene factoren kan de kans op herhaling van delicten worden verkleind door ondersteuning in scholing en onderwijs.
Wat zijn 'pains of imprisonment' en wat zijn de vijf soorten?
- Vrijheidsberoving
- Verlies van bezittingen en activiteiten
- Afwezigheid van heteroseksuele relaties en verlies van contact met familie
- Gebrek aan autonomie
- Onveiligheid
Hoe wordt gedetineerdengedrag verklaard volgens het deprivation- en importmodel? Hoe het het gecombineerde model?
- Deprivationmodel: gedrag wordt beïnvloed door de detentie-omgeving. --> detentieomgeving staat centraal, mate waarin je pains of imprisonment ervaart
- Sociale kenmerken: interactie met personeel en medegedetineerden
- Praktische kenmerken: faciliteiten, handhaving, rechtvaardige bejegening door personeel
- Importmodel: individuele eigenschappen en ervaringen van gedetineerden bepalen mede hun gedrag. --> heeft invloed op hoe je detentie ondergaat en ervaart
- Risicofactoren: psychische problemen, verslaving, criminele voorgeschiedenis
- Effect op ervaren strafszwaarte
Gecombineerd = geïntegreerd model
Wat zijn de gevolgen voor een dader na een strafoplegging? Welke invloeden zorgen voor welk gevolg?
A.) Dader stopt door:
- Afschrikking
- Resocialisatie
- Vergroten menselijk kapitaal (= vaardigheden om je op de arbeidsmarkt te bevinden, diploma’s halen)
B.) Dader recidiveert:
- Door leerschool-effect: gedragsbesmetting
- Vernietiging menselijk kapitaal (verlies huis, verlies relaties, sociaal-economische positie (schulden))
- Labeling
- Externe stigmatisering: anderen zien jou als crimineel -> belemmert resocialisatie
- Interne stigmatisering: je blijft jezelf zien als crimineel (zelfbeeld) -> recidive
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















