Diagnostiek en classificatie, het biopsychosociaal model

3 belangrijke vragen over Diagnostiek en classificatie, het biopsychosociaal model

Hoe gaan psychiatrische problemen en co-morbiditeiten gepaard (percentages, prognose)

Minstens 25% patiënten algemeen ziekenhuis -> psychiatrisch probleem
Psychiatrische co-morbiditeit beïnvloedt prognose behandeling
50% GGZ patiënten -> 1-2 afspraken in ziekenhuis per jaar

Noem de 2 soorten predisponerende en beschermende factoren van het individu en 2 voorbeelden bij elke

2 soorten: biologisch en psychosociaal
Predisponerend:
Biologisch -> epigenetica, neurotoxiciteit
Psychosociaal -> trauma, chronische stress

Beschermend:
Biologisch -> veerkracht, temperament
Psychosociaal -> vriendschappen, werk/school/studie

Beschrijf de typen transmittersystemen (+ neuronen, receptoren, aangrijpingspunten)

Diffuus neuromodulatoire systemen: dopamine, serotonine, acetylcholine. Gemaakt door weinig neuronen, wel uitlopers door hele brein. Activiteit gekoppeld aan specifieke toestanden brein. Vaak niet zulke specifieke aangrijpingspunten voor psychofarmaca.
GABA en glutamaat: GABA meest voorkomende inhiberende transmitter, glutamaat meest voorkomende exciterende, gemaakt door bijna alle neuronen in brein -> veel aangrijpingspunten -> lastig welke receptor voor welk symptoom geblokkeerd/geactiveerd moet worden
Neuropeptiden: 'neuro-eiwitten', gemaakt door neuronen, gebruikt als (co-)transmitter . Aanweizheid geassocieerd met veel verschillende gedragingen (vb. CRH -> stress, angst, anorexie. CCK -> paniek)
Nog niet als aangrijpingspunt gebruikt

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo