Vaardighedena palpatie knie

23 belangrijke vragen over Vaardighedena palpatie knie

Maatregelen tijdens de palpatie van de ventrale structuren van de knie:
palpeer de patella

Werkwijze:
patiënt zit met knie in passieve extensie.
Uitgangshouding kunnen de randen van patella gevolgd worden en is de patella zo beweeglijk dat aan de zijkanten de dorsale zijde van de patella te voelen is

Palpatie van het ligamentum patellae:

  • De patiënt zit aan de rand van de behandelbank met zijn onderbenen verticaal afhangend. Vanaf de apex patellae verloopt het ligamentum patellae naar distaal en is hier makkelijk te palperen tot aan de aanhechting op het tuberositas tibiae.
  • Tijdens het aanspannen van de m. quadriceps femoris wordt het ligamentum patellae op rek gebracht en voelt hard aan.

Palpatie van de tuberositas tibiae:

Volg het ligamentum patellae tot de distale aanhechting op de tibia. Je voelt dat het ligamentum patellae op een benige knobbel aanhecht, de tuberositas tibiae.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Palpatie van de facies patellaris femoris:

De randen van de glijgroeve waarin de patella beweegt kunnen in zit met de benen verticaal afhangend aan het ventrodistale uiteinde van het femur mediaal en lateraal van de patella worden gepalpeerd.

Palpatie van het articulatio genus mediale:

De gewrichtsspleet is aan de voorzijde mediaal van het ligamentum patellae gemakkelijk als spleet tussen de bovenrand van het tibiaplateau en de onderrand van de femurcondyl te palperen. Volg de gewrichtsspleet met je wijsvinger naar dorsaal. Op een gegeven moment merk je dat de kniespleet minder goed palpabel is door een structuur die oppervlakkiger ligt. Dit is het ligamentum collaterale mediale. Waar tibiaplateau en femurcondyl naar dorsaal ombuigen is de palpatie weer gemakkelijker.

Palpatie van het articulatio genus laterale:

De gewrichtsspleet is aan de voorzijde lateraal van het ligamentum patellae gemakkelijk als spleet tussen de bovenrand van het tibiaplateau en de onderrand van de femurcondyl te palperen. Ga met de palperende vingers vanuit het kuiltje lateraal naast het ligamentum patellae via de laterale zijde naar dorsaal en palpeer de ruimte tussen de laterale femurcondyl en het tibiaplateau. Op een gegeven moment merk je dat de kniespleet minder goed palpabel is door een structuur die oppervlakkiger ligt. Dit is de tractus iliotibialis.

Palpatie van de mediale en de laterale meniscus:

De patiënt zit aan de rand van de behandelbank met zijn onderbenen afhangend. Voel met de palperende vinger in het kuiltje lateraal van het lig. patellae diep in de gewrichts-spleet. Laat nu de patiënt langzaam actief zijn knie strekken. Je voelt nu hoe je vinger van de laterale meniscus uit het kuiltje geduwd wordt.

Palpatie van de m. quadriceps femoris:

Laat de patiënt zijn knie tegen weerstand in strekken. De spieren van de m. quadriceps femoris zijn nu zichtbaar en goed palpabel. Je kunt nu gemakkelijk de vastus medialis, de vastus lateralis en de rectus femoris onderscheiden. De vastus intermedius ligt te diep om te kunnen palperen.

Palpatie van de condylus medialis femoris:

De patiënt zit met afhangende onderbenen.
Met de palperende vinger vertrekkend vanuit het kuiltje mediaal van het lig. patellae naar proximaal kan men de mediale rand van de facies patellaris volgen langs de mediale patellarand.
Vertrekkend vanuit het kuiltje mediaal van het lig. patellae kan de condylus medialis ook naar caudaal en posterieur gevolgd worden tot men via de bovenzijde van de mediale gewrichtsspleet de achterrand bereikt.

Palpatie van het tuberculum adductorium:

Vanaf de achterrand van de mediale gewrichtsspleet, volgt men de mediale condylus naar proximaal en na een korte knik terug naar ventraal voelt men aan de proximale zijde van de condyl een botknobbel, het tuberculum adductorium.

Palpatie van de condylus mediale tibiae

Breng je palperende vinger in de mediale ruimte naast het lig. patellae in de gewrichtsspleet naar caudaal. Je stoot tegen de goed te palperen bovenrand van de condylus tibiae. Tast deze rand naar dorsaal af.

Palpatie van het ligamentum collaterale mediale (tibiale)

De patiënt zit met de knieën in 90° flexie en de voeten op de grond. Het lig. collaterale mediale kan gepalpeerd worden als een (collagene) verdikking wanneer men art. genus mediale van voor naar achter volgt.

Palpatie van de m. adductor magnus:

De m. adductor magnus hecht aan op het tuberculum adductorium. De aanhechtings-pees volgt juist dorsaal de mediale rand van de m. vastus medialis en kan gevolgd worden bij dwarse palpatie.

Palpatie van de m. gracilis

De patiënt ligt op de buik met de knie in flexiestand.
De ronde pees van de m. gracilis ligt in de knieholte oppervlakkig en juist mediaal en anterior van de scherpe mediale rand van de m. semimembranosus en juist lateraal en posterieur van de m. sartorius.

Palpatie van de m. sartorius

Palpatie in ruglig en/of in zit. De m. sartorius is als een platte spier mediaal- anterior van de m. gracilis te voelen. Het distale deel van m. sartorius volgt nauw aansluitend het verloop van de m. vastus medialis: ter onderscheid kan een knie-extensie tegen weerstand nuttig zijn.

Palpatie van de condylus lateralis femoris

De patiënt zit met het onderbeen afhangend. De palpatie wordt analoog als voor de mediale condylus maar vertrekkend vanuit lateraal van het lig. patellae uitgevoerd

Palpatie van de condylus lateralis tibiae

Vanuit de laterale gewrichts-spleet kan naar distaal de bovenste rand van het laterale tibiaplateau gepalpeerd worden.

Palpatie van de tractus iliotibialis

Tijdens het heffen van het been, met de knie maximaal actief gestrekt, is de tractus iliotibialis het duidelijkst zichtbaar juist proximaal van de art. genus laterale als een prominerende streng.  Palpeer de tractus.

Palpatie van het ligamentum collaterale laterale (fibulae

De patiënt zit in langzit met de voet op de knie van het andere been.
Het ligamentum collaterale laterale is als een streng lopend van het epycondylus lateralis dorso-lateraal over de gewrichts-spleet naar het caput fibulae palpabel.

Palpatie van de m. semitendinosus

De patiënt ligt op de buik met de knie in lichte actieve flexiestand. Je zoekt eerst in de mediale knieholte de pees op. De pees is distaal te volgen bijna tot pes anserius superficialis. 

Palpatie van de m. semimembranosus

Direct mediaal en dieper dan de pees van de m. semitendinosus is een platte bandachtige pees van de m. semimembranosus te palperen: de scherpe rand ervan is dikwijls te voelen.

Palpatie van de m. biceps femoris

De dikke pees in de laterale knieholte is voelbaar tot aan zijn insertie op het caput fibulae.

Palpatie van de m. gastrocnemius (aanhechting aan het femur): caput mediale
Caput laterale

De patiënt ligt op de buik met de knie in flexie.
De palpatie van het caput mediale start mediaal in de fossa poplitea, proximaal van de gewrichtsspleet en lateraal van de pees van de m. semitendinosus.
De palpatie van het caput laterale start lateraal in de fossa poplitea, proximaal van de gewrichtsspleet en mediaal van de pees van de m. biceps femoris.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo