Antibiotica - RNA/DNA-synthese remmers, UWI's en anaerobe infecties
16 belangrijke vragen over Antibiotica - RNA/DNA-synthese remmers, UWI's en anaerobe infecties
Wat is co-trim? Hoe werkt het?
Voordelen: het sterke effect en minder kans op resistentie
Nadeel; optelsom van toxische effecten
Wat zijn bekende interacties van cotrimoxazol? Met welke middelen?
1. Hyperkaliemie - RAS/aldosteron-remmers - ACEi, ARB's, spironolacton
--> Na- resorptiekanalen dicht, indirectie kalium-retentie
O.b.v trimethoprim of co-trim
2. Beenmergsuppressie, megaloblastaire anemie/MTX toxiciteit - MTX
--> Dit ivm dat allebei aangrijpen op de foliumzuurhuishouding
O.b.v alléén cotrimoxazol (trimethoprim + een sulfonamide)
3. Bloedingsrisico door INR verlenging (coumarines)
--> STAAK de vitamine K antagonist
Wat zijn chinolonen? Waar werken ze tegen?
- Gram negatieve organismen
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Welke interacties kun je verwachten bij ciprofloxacine? Met welke middelen?
1. Anabsorptie - het vormen van complexen
---> Ijzer, magnesium, calcium&aluminium bevattende preparaten zoals antaciden
Kies een ander antibioticum of neem gescheiden in
2. QTc interval verlenging - torsades de pointes
---> Andere QTc verlengende middelen
Welke antibiotica kun je niet tegelijkertijd met antaciden nemen?
- Chinolonen (zoals ciprofloxacine)
Welke urineweginfecties ken je? Hoe verschilt de presentatie
2. Acute Prostatitis: weefselinvasie van de prostaat
3. Pyelonefritis: weefselivasie in de nier (/het nierbekken)
2&3 zijn gecompliceerd en kunnen gepaard gaan met: koorts, rillingen, misselijkheid, pijn in de flank/het perineum
Welke verwekker veroorzaakt het vaakst UWIs?
Welke antibiotica kun je voorschrijven bij een UWI? Waarom?
- Nitrofurantoine
- Fosfomycine
- Trimethoprim
Bij een cystitis moeten antibiotica hoge concentraties in de urine bereiken (kijk uit bij nierfunctiestoornissen)
2. Gecompliceerde UWI: pyelonefritis, prostatitis (of cystitis bij risicogroep)
- Ciprofloxacine
- Amoxycilline-clavulaanzuur
- Trimethoprim-Sulfonamide (co-trim)
Bij een gecompliceerde UWI is er sprake van weefsel invasie en schrijf je dus middelen voor die de weefsels penetreren.
Welke antibiotica werken juist minder goed, ipv te sterk, als ze niet geklaard worden door de nier?
- nitrofurantoine, fosfomycine, trimethoprim
Voor welke 3 groepen zijn er verschillende richtlijnen bij tekenen van een cystitis?
2. Gezonde, niet zwangere vrouwen met recidiverende cystitis
3. Risicogroepen: mannen, kinderen <12, zwangeren, immuungecompromitteerden (incl. DM2)
Welke interacties kun je verwachten bij metronidazol? Met welke middelen? Wat is je beleid?
--> Acet-Aldehyde concentratie stijgt en geeft misselijkheid, braken, rood gelaat en hoofdpijn. Gebruik geen alcohol tot 48u na het staken van metronidazol
Wat is metronidazol? Waar werkt het tegen? Wat is de klinische toepassing?
- Vooral tegen anaerobe organismen, waaronder Bacteriodes Fragilis, Clostridium Difficile en Clostridium Perfringens
Als behandeling of profylaxe bij anaerobe infecties. Je geeft het i.c.m een middel wat brede aerobe dekking geeft, ivm de toespassing bij menginfecties.
Waar vind je de antibiotica richtlijn?
Hoe behandel je een (bacterieel verdachte) infectie in het ziekenhuis?
2. Start blind brede, empirische therapie
3. Bij bekendwording van kweek en resistentie --> behandel zo smal mogelijk.
4. Je verwacht nu binnen 1-3 dagen dat de therapie aanslaat
Je start de therapie 3-4 dagen intraveneus en gaat daarna over op oraal.
Waarom behandel je met een zo smal mogelijk spectrum antibiotica?
Je patient heeft n.a.v de bloedkweek en het resistentie patroon een specifiek antibioticum voorgeschreven gekregen. Na 3 dagen lijkt hij et zo slecht als bij binnenkomst. Wat is je volgende stap?
1. Resistentie
- ESLB, MRSA, VRE (vancomycine resistente enterococ)
2. Andere verwekker
- de klinische/microbiologische diagnose kan fout zijn of het kan een virus zijn.
3. Non-infectieuze inflammatie
- Maligne: lymfoom, grawitz
- Auto-immuun: ziekte van Still
- Koorts als bijwerking van: penicilline, nitrofurantoine, isoniazide
4. Slecht te bereiken locatie
- Vascularistiestoornis: DM2
- Slecht te bereiken plek: abces, empyeem, hartklep, bot, brein
- Corpus alienum: katheter, prothese, infuus
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















