Samenvatting: Functionele Anatomie
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Functionele Anatomie
-
1 Hoorcollege 1 - Spierarchitectuur
Dit is een preview. Er zijn 57 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1
Laat hier meer flashcards zien -
Determinanten van lengte-krachteigenschappen van een spier
- Lengte van de spiervezels
- Fysiologische dwarsdoorsnede
- Ordening van de spiervezels
- Effecten van pennatie
- Lengte en elastische eigenschappen van de pees
- Lengte van de spiervezels
-
Consequenties van pennatie voor het lengtebereik van krachtleverantie
- Spierkracht is lager dan de geleverde kracht van de vezels tezamen.
- Verkorting van de spiervezels is minder dan de verkorting van de spier.
- Spierkracht is lager dan de geleverde kracht van de vezels tezamen.
-
1.2 Herkennen en benoemen van verschillen in de architectuur van spieren
Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
Laat hier meer flashcards zien -
Wat zijn de 5 veelvoorkomende patronen van vezelorganisatie?
- Circulair
- Convergent
- Fusiform
- Parallel
- Pennaat
- Circulair
-
1.3 Uitleggen hoe spiercontractie tot stand komt
Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
Laat hier meer flashcards zien -
Neuromusculaire overgang (neuromusculaire junction)
De plek waar een zenuwcel en een spiervezel met elkaar communiceren. Hier maakt het uiteinde van een motorische axon contact met het membraan van een spiervezel. -
Wat gebeurt er wanneer een spier samentrekt?
Wanneer een spier samentrekt, schuiven de actinefilamenten langs de myosinefilamenten, waardoor het sarcomeer verkort. Omdat actine aan de z-lijnen vastzit, bewegen deze naar elkaar toe, en krimpt het sarcomeer aan beide kanten. -
De rol van ATP en de power stroke
- Begin contractie: ATP molecuul wordt omgezet in ADP en fosfaat.
- Deze omzetting zorgt ervoor dat de myosinekop 'oplaadt' en zich hecht aan actine, waarmee een cross-bridge ontstaat.
- Vervolgens voert de myosinekop een zogenaamde powerstroke uit: hij trekt het actinefilament richting de m-lijn, wat het sarcomeer verkort.
- Tijdens deze beweging laat de myosinekop ADP en fosfaat los. De myosinekop blijft aan actine vastzitten totdat een nieuw ATP-molecuul zich bindt.
- Dat nieuwe ATP verbreekt de binding, waardoor de cyclus opnieuw kan beginnen - of stopt als de spier moet ontspannen.
- Begin contractie: ATP molecuul wordt omgezet in ADP en fosfaat.
-
Waarmee zijn de actine filamenten bedekt?
Met regulatie eiwitten: troponine en tropomyosine. -
1.6 De nomenclatuur binnen de spiermorfologie
Dit is een preview. Er zijn 4 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.6
Laat hier meer flashcards zien -
Vierde letter in de code?
Sarcomeerconditie.
De toestand waarin het sarcomeer zich bevindt wordt als volgt aangegeven:- s = slack
- o = optimum
- m = maximum
-
3 Hoorcollege 3 - Bindweefsel
Dit is een preview. Er zijn 18 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 3
Laat hier meer flashcards zien -
Op welke twee manieren vindt de MJT krachttransmissie plaats?
- Rekvorming (uiteinden)
- Afschuifweerstand (zijkanten)
Voordeel: sterke verbinding, minder snel schade. - Rekvorming (uiteinden)
-
Effecten van tenotomie op de vezellengten van de EDL
Lengte van spiervezels bepaalt de kracht in de spier. De distale vezels zijn identiek en functioneren dus nog naar behoren. Proximale vezels: kop eraf, maar tijdens oprekking is er nog steeds weerstand tegen verkorting. Er is sprake van laterale krachttransmissie van de ene op de andere kop > myofasciale krachttransmissie van spier naar fascia. De meest verre vezel kan het meest verkorten. Dit verklaart waarom we een geleidelijke afschuiving zien.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















