Samenvatting: Onderwijsprocessen, Didactiek En Pedagogiek
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Onderwijsprocessen, didactiek en pedagogiek
-
1 Ondersteuning en stimulering
-
1.1 Zelfredzaamheid
Dit is een preview. Er zijn 2 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
Laat hier meer flashcards zien -
Hoe kun je zelfredzaamheid stimuleren?
- Door het vertrouwen uit te stralen dat het kind de handeling zelf kan. Je kunt erbij blijven voor ondersteuning, maar het kind voert zelf de handeling uit.
- Een uitdagende omgeving aanbieden; aantrekkelijke ontdekhoek, opdrachten van verschillende niveau's
- Voorbeeldfunctie; kinderen leren veel van het kijken naar volwassenen.
- Verwachtingen bijstellen; sluit aan bij de zone van naaste ontwikkeling.
- Fouten maken mag; wanneer ze weten dat ze fouten mogen maken, leren ze sneller iets nieuws, want ze voelen zich veilig.
- Complimenten geven; heel belangrijke factor
- Begeleiden in plaats van leiden; niet voordoen, maar erbij zijn en ondersteunen.
-
Wanneer kunnen spontane kansen ontstaan om de zelfredzaamheid te vergroten?
Hygiene en een gezondelevensstijl ;handen wassen voor heteten ,gezond eten .- Sociale
vaardigheden ; bijvoorbeeld wanneer er eenruzie ontstaat hier wel bij gaan staan, maar deleerlingen de kans geven het zelf op te lossen. - Bewegen; tijdens
gym uitdagende toestellen gebruiken en de kinderenmotiveren om de oefening uit te voeren. Planmatig werken en leren; wanneer een kind detaak niet afkrijgt, overleggen waarom dit is en wat er nodig is om het wel af te krijgen. Hierdoor moet het kind hierover gaannadenken .
-
Op welke manieren kan kinderparticipatie vergroot worden op het gebied van planmatig werken?
Meedenken over het proces; bijvoorbeeldmeedenken hoe een som in elkaar zit ipv alleen de kale som uitrekenen.Meedenken overoplossingen ; wat heb je nodig om de opdracht uit te voeren?Plan opstellen; hoe kunnen we de aankomendetaken indelen, bijvoorbeeld het leren voor een toetsweek.Evalueren ; zelf latenevalueren hoe ze huntaak hebben uitgevoerd.
-
1.2 Gezond, veilig en positief gedrag
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
Laat hier meer flashcards zien -
Welke ADL (algemeen dagelijkse levensverrichtingen) zijn binnen een schoolomgeving van toepassing?
- Eten
- Drinken
- Bewegen en lopen
- Praten
- Naar het toilet gaan
- Sociale contacten
-
Hoe kun je positief omgaan met normoverschrijdend gedrag?
- Afspraken maken; kinderen betrekken bij het opstellen van de regels en afspraken
- Positieve feedback geven; wanneer de regels gevolgd worden, hier ook positieve feedback op geven.
- Onopvallend corrigeren; het hoeft niet altijd voor de groep, je kunt ook iemand even apart nemen. Soms is zelfs alleen een gezichtsuitdrukking of gebaar voldoende.
- Zorgen voor een goede band; wanneer een kind u vertrouwt zal het niet snel normoverschrijdend gedrag vertonen.
-
1.3 Sociale problematiek
Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
Laat hier meer flashcards zien -
Wat kunnen signalen zijn van sociale problematiek? (onveilige thuissituatie)
- Gedragsproblemen
- Problemen in de omgang met leeftijdsgenoten
- Angst
- Verlegenheid
- Negatief zelfbeeld
- Verzetten tegen volwassenen
- Moeite met concentreren
- Weinig inlevingsvermogen
- Lichamelijke klachten
-
Welke kenmerken hebben pubers?
- Onvoorspelbaar gedrag; snelle emotie wisseling.
- Kunnen slaapproblemen ontwikkelen, meestal tijdelijk.
- Onvermogen om te plannen, moeite met overzicht houden op hun weektaak.
- Laten zich niet makkelijk leiden.
- Wisseling in inzet en gedrag.
- Voelen zich goed in een voorspelbare omgeving.
-
Wat zijn de wettelijke eisen van een schoolplein?
Speeltoestel 60cm of hoger, danvalveilige ondergrond .
In de buurt van eenvalveilige ondergrond geenobstakels .
3 m2verharde ondergrond perkind -
2 Onderwijsiontwikkelingen
-
2.1 Didactiek
Dit is een preview. Er zijn 14 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 2.1
Laat hier meer flashcards zien -
Wat zijn de 5 kenmerken van het direct instructiemodel?
- Het stevig ontwikkelen van basiskennis en -vaardigheden.
- Aansluiten op het individueel tempo van het kind.
- Het stellen van duidelijke doelen.
- Gebruikmaken van een heldere leerstofopbouw.
- Het geven van directe feedback.
-
Op welke manieren kun je activerende didactiek bij leeractiviteiten inzetten?
- Zorgen voor een pakkende
inleiding waarmee devoorkennis al geactiveerd wordt. - Het stellen van verschillende soorten vragen zoals
open vragen,doordenk vragen enoorzaak-gevolg vragen. - Afwisselende opdrachten geven waarmee ze aan de slag gaan.
- Vertellen waarom ze de opdracht gaan doen.
- Vragen naar de voorkennis.
- Zorgen voor een pakkende
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















