Samenvatting: Seksuologie Brightspace

Studiemateriaal generieke omslagafbeelding
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Seksuologie Brightspace

  • 1 Seksualiteit

  • Welke drie psychologische perspectieven op seksualiteit worden besproken in hoofdstuk 4?

    1. Het evolutionair-psychologische perspectief, benaderen seksueel gedrag als een evolutionair product dat sterk crosscultureel stabiel is en categoriseert (seksueel) gedrag als adaptatie, bijproduct of ruis. 

    2. Emotie en motivatietheorieen, benaderen seksualiteit vanuit informatieverwerkingsmodellen en neurocognitieve gezichtspunten. 

    3. Trektheorieen, benaderen seksualiteit als karakterkenmerk
  • 1.2 Ontwikkeling

    Dit is een preview. Er zijn 5 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Baltes stelde dat 3 verschillende contextinvloeden de ontwikkeling beinvloeden: wat zijn niet-normatieve invloeden?

    Niet-normatieve invloeden zijn unieke gebeurtenissen die niet iedereen meemaakt, dus gebeurtenissen die van persoon tot persoon verschillen.
  • Baltes stelde dat 3 verschillende contextinvloeden de ontwikkeling beinvloeden: wat zijn normatieve leeftijdsgebonden invloeden?

    Normatieve leeftijdsgebonden invloeden zijn gebeurtenissen waar ieder gezond persoon doorheen gaat, de normale ontwikkelingspaden. Vaak primair lichamelijke veranderingen of belangrijke life-events die iedereen meemaakt.
  • Baltes stelde dat 3 verschillende contextinvloeden de ontwikkeling beinvloeden: wat zijn normatieve geschiedenis gebonden invloeden?

    Historische invloeden zijn gebeurtenissen die gelden voor een heel cohort of gehele generatie,  bijvoorbeeld de seksuele revolutie in de jaren '60.
  • In hoofdstuk 6 wordt een aantal oude modellen van het levensloopperspectief besproken, welke zijn dat?

    - Freud stelde dat in de ontwikkeling naar volwassen seksualiteit iedereen dezelfde fasen doorloopt: de orale, anale, fallische, latentie en de genitale fase.

    - De neo-freudiaan Erikson stelde dat mensen in de identiteitsontwikkeling een aantal psychosociale stadia doorlopen waarin steeds een cruciaal thema of conflict opgelost moet worden, ongeacht de context.
  • 1.3 Diversiteit

    Dit is een preview. Er zijn 8 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.3
    Laat hier meer flashcards zien

  • Hoofdstuk 7 gaat over diversiteit maar benadrukt ook concrete verschillen tussen mannen en vrouwen, wat zijn deze?

    Naast fysiologische en anatomische verschillen is er ook verschil in gedrag. Mannen hebben makkelijker casual seks en zijn meer gericht op lichamelijkheid en recreatieve seks. Vrouwen zijn meer gericht op intimiteit, de partner en de relatie. Vrouwen zijn ook meer terughoudend en selectief, waarschijnlijk ook sterker in zelfregulatie.
  • Hoe verhouden de seksuele differentiatie in de hersenen en die van de genitaliën zich tot elkaar en wat heeft dit voor mogelijke gevolgen?

    Bij de mens lijkt met name testosteron van belang te zijn bij de seksuele differentiatie van zowel de genitaliën als van de hersenen. De seksuele differentiatie van de genitaliën vindt plaats in de eerste twee maanden van de zwangerschap.

    Vervolgens treden twee perioden met hoge testosteronpieken op, één halverwege de zwangerschap en de ander in het pasgeboren kind, die medebepalend zijn voor de differentiatie van hersenstructuren, met name in de hypothalamus.
  • Welke specifieke structuurverschillen in de hersenen worden over het algemeen gerapporteerd, wanneer we kijken naar verschillen tussen de seksen?

    Er wordt veel onderzoek gedaan naar enkele specifieke kernen in de hypothalamus: onder andere de SDN-POA, de INAH-3, de BSTc*. Voor al deze kernen geldt dat zij bij mannen groter zijn en meer neuronen bevatten, dan bij vrouwen.

    * voluit zijn dit respectievelijk de Sexual Dimorphic Nucleus - PreOptical Area, Interstitial Nucleus of the Anterior Hypothalamus (3rd divison), Bed nucleus of the Stria Terminalis (central subdivision)
  • Zijn er structuurverschillen in de hersenen tussen heteroseksuele en trans- en homoseksuelen mbt genderidentiteit?

    In de hypothalamus van transseksuelen, valt op dat de BSTc* bij hen een omgekeerd patroon lijkt te vertonen. Bij genetische mannen, die zich vrouw voelen, heeft de BSTc een kleinere omvang, terwijl genetische vrouwen die zich man voelen juist een grotere BSTc lijken te hebben.

    Homoseksuele mannen lijken op dit punt niet af te wijken van heteroseksuele mannen. Hieruit kunnen we (met het nodige voorbehoud) concluderen dat de omvang van de BSTc wel samenhangt met genderidentiteit, maar niet met seksuele oriëntatie.

    * Bed nucleus of the Stria Terminalis (central subdivision)
  • Zijn er structuurverschillen in de hersenen tussen heteroseksuele en trans- en homoseksuelen mbt seksuele orientatie?

    Een deel van de hypothalamus, de INAH-3, lijkt verband te houden met de seksuele oriëntatie. Bij homoseksuele mannen lijkt deze kern kleiner dan bij heteroseksuele mannen, en heeft hij ongeveer de omvang van de INAH-3 bij vrouwen. De omvang van deze kern lijkt dus samen te hangen met de seksuele oriëntatie, in die zin, dat een kleinere INAH-3 een oriëntatie op mannen veroorzaakt, onafhankelijk van het geslacht van het individu.

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart