Het onderwijsstelsel en kansengelijkheid: op zoek naar een meritocratie
9 belangrijke vragen over Het onderwijsstelsel en kansengelijkheid: op zoek naar een meritocratie
Wanneer spreken we over gelijke kansen vanuit een meritocratisch perspectief en vanuit een egalitaritisch perspectief?
“Leerlingen moeten gelijk behandeld worden volgens hun capaciteiten.”
Gelijke kansen bij de start
Verschillen kunnen bestaan en hebben hun plaats
Eigen meerwaarde creëren
Gedifferentieerde trajecten (vb. aso, tso, bso, kso)
Meritocratisch gedachtegoed
Egalitaristisch
“De samenleving moet verder gaan. Benadeelde achtergronden moeten gecompenseerd worden.”
Gelijke kansen bij start en einde
Een rechtvaardige samenleving compenseert benadeelde achtergrond (vb. GOK)
Egalitaristisch gedachtegoed
In het kader van welke functies van onderwijs moet onderwijsongelijkheid worden benaderd?
Wat wordt bedoeld met verticale en horizontale differentiatie?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Welke kenmerken van onderwijsstelsels bevorderen of belemmeren de kansengelijkheid onder lln en op welke manier?
Sterke differentiatie= meer kansongelijkheid
Flexibiliteit - mate waarin het mogelijk is om te switchen van niveau
3 manieren in NL BE
- Doorstroom na behalen diploma naar hoger niveau
- Niveau groep nog niet vastgesteld - vanuit daar keuze (vb brugklas)
- Mogelijkheid tot zittenblijven of switchten van hoger naar lager niveau
Andere landen bv vakken op verschillende niveaus volgen= veel flexibel= beter voor kansenongelijkheid
Beroepsoriëntatie -> mate waarin onderwijs aansluit bij praktijk
Veel aansluiting= betere kansen
Standaardisering -> mate waarin input (vb schoolbudgetten) ouput (eindtermen of centrale toetsen)
Leidt tot betere gelijkheid
Hoe vertaalt meritocratie zich in het onderwijs
Welke obstakels moeten worden overbrugd bij het inrichten van een meritocratie?
- Er vindt een voorselectie plaats waarbij je je eerst moet kwalificeren om deel te nemen. Niet iedereen krijgt de kans om zich in het hoger onderwijs te bewijzen.
- Waar in de sport beoordelingen vaak objectief zijn, is dat anders in het onderwijs. Het gaat om gecodificeerde prestaties (leerkrachten ontwerpen toetsen waarmee de kennis en vaardigheden van leerlingen worden beoordeeld). Er bestaat geen rechtstreekse meting.
- Leerkrachten hebben autonomie in het interpreteren van leeruitkomsten. Hier kunnen de indruk van een leerling en de verwachtingen ivm zijn of haar prestaties een rol spelen.
- Leerlingen vertrekken vanuit een verschillende startpositie (leefklimaat, buurt,...)
Uit welke onderdelen bestaat het 4 X 3 raster van eigenschappen van het onderwijsstelsel?
Functies:
- Socialisatiefunctie
- Kwalificatiefunctie
- Selectie- en allocatiefunctie
- Differentiatie
- Beroepsoriëntatie
- Flexibiliteit
- Standaardisatie
Welke implicaties zijn er voor het beleid betreffende kenmerken van onderwijsstelsels en kansengelijkheid?
Nadelige effecten van onderwijsdifferentiatie kunnen door een sterke beroepsoriëntatie en goede uitbouw van het beroepsonderwijsstelsel worden gecompenseerd. Een sterke mate van standaardisering is bevorderlijk voor de kansengelijkheid.
Het beroepsonderwijs verdient een opwaardering/herwaardering.
Nevenschikking in plaats van onderschikking.
Hoe een meritocratisch onderwijssysteem ontwikkelen?
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















