Het onderzoek van de neurologische patiënt - Het neurologisch onderzoek

8 belangrijke vragen over Het onderzoek van de neurologische patiënt - Het neurologisch onderzoek

Welke hersenzenuwen zijn er betrokken bij de beweging van de oogbol?

De n. Oculomotorius, de n. Trochlearis en de n. Abducens.
De oogbollen worden elk door zes spiertjes, die (niet-zichtbaar) in de oogkas zijn gelegen, bewogen. De oogspieren moeten zeer nauwkeurig samenwerken en dit houdt een intensieve innervatie in, d.w.z. Kleine motorunits; één zenuwvezels verzorgt slechts weinig spiervezels.

Waar wordt bij onderzoek van de n. Facialis op gelet?

Op de symmetrie van het gezicht. Een lichte symmetrie is normaal, zeker als deze bij spontane bewegingen als lachen of praten verdwijnt.

Wat wordt verstaan onder coördinatie en welke delen zijn hierbij betrokken?

De functie, die de spiertonus, de houding en de beweging reguleert, waardoor het evenwicht wordt gehandhaafd en de oriëntatie van het lichaam in de ruimte tot stand komt.
Het cerebellum - is ongekruist met de extremiteiten verbonden, maar ook de propriosepsis, het vestibulaire systeem en het extrapiramidale systeem zijn nauw betrokken bij de coördinatie.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Welke drie klinische verschijnselen kunnen op een stoornis in de coördinatie duiden?

  • Ataxie - bewegingen krijgen een onregelmatig, vaak schokkerig verloop. 'dronkenmansgang'. Hierbij moet men opletten of er niet een zodanige parese bestaat dat daardoor de bewegingscontrole nadelig wordt beïnvloed
  • Hypermetrie - Bewegingen schieten hun doel voorbij - intentietremor
  • Dysdiadochokinese - dit verschijnsel wordt duidelijk als op een actie een tegengestelde actie moet volgen, bijv. Het snel buigen en strekken van de vingers. De bewegingen worden dan aarzelend.

Welke soorten onwillekeurige bewegingen kunnen bij extrapiramidale stoornissen voorkomen?

  • Athetose - een langzame kronkelende beweging meestal van de armen of het hoofd
  • Chorea - plotselinge korte bewegingen van de handen, de armen of het hoofd
  • Hemiballisme - Plotselinge grove, slaande bewegingen, meestal van de armen

Bij lopende patiënten:
  • Propulsie - neiging voorover te vallen bij vooruit lopen
  • retropulsie - neiging achterover te vallen bij achteruit lopen

Welke tekenen van meningeale prikkeling zijn er bij nekstijfheid?

  • Teken van Brudzinski I: Als men de weerstand tracht te overwinnen, worden de benen reflectoir in heup- en kniegewrichten gebogen
  • Teken van Kernig: Gestrekt heffen van de benen tot 90 graden is niet mogelijk
  • Teken van Brudzinski II: gestrekt opheffen van één been, doet reflectoir het andere buigen

Wat verstaat met onder hogere corticale functiestoornissen?

Stoornissen in onder andere de taal, het geheugen, de inprenting, de oriëntatie in tijd, plaats en persoon, de praxis en de gnosis

Wat is van belang bij het testen van het geheugen, inprenting, oriëntatie in tijd, plaats en persoon?

Het is van belang dat de patiënt voldoende helder is en de aandacht kan en wil opbrengen om mee te werken. Ook moeten taalfunctiestoornissen uitgesloten zijn.
Met de Folstein Mini Mental Status Examination (MMSE) zijn deze functies op een systematische wijze te testen

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo