Het onderzoek van de neurologische patiënt - Het neurologisch onderzoek - De reflexen

4 belangrijke vragen over Het onderzoek van de neurologische patiënt - Het neurologisch onderzoek - De reflexen

Wat verstaat men onder de reflexboog?

Dit kan aan ieder reflex onderscheiden worden. Het bestaat uit een aanvoerend of afferent deel dat (sensibele) prikkels naar het centrale zenuwstelsel voert en een afvoerend (efferent) deel dat prikkels naar een effector geleidt, het orgaan, waar de reflex zich uit.
De effector kan een skeletspier, maar ook een gladde spiervezels zijn, of een klier. De prikkel van de reflex komt tot stand in de receptor.

Wat zijn de meest gebruikte spierrekreflexen in het neurologische onderzoek?

  • Bicepspeesreflex (BPR) - hierbij wordt zowel de afferente baan als de efferente gevormd door de n. Musculocutaneus,  (C5, C6).
  • Tricepspeesreflex (TPR) - zowel de afferente als de efferente baan wordt gevormd door de n. Radialis ((C6)-C7-C8)
  • Kniepeesreflex (KPR) - zowel de afferente als de efferente baan wordt gevormd door de n. Femoralis (L3, L4)
  • Achillespeesreflex (APR) - zowel de afferente als de efferente baan wordt gevormd door de n. Tibialis (L5, S1)

Wat zijn de meest onderzochte huidreflexen?

  • Buikhuidreflex: zowel de afferente als de efferente baan verloopt via de n. Thoracalis en, afhankelijk vh niveau vh gestimuleerde huidgebied, worden de buikspieren van de segmenten (Th7-8, Th9-10 of Th11-12) gestimuleerd
  • Voetzoolreflex: Wordt opgewekt door met een stomp voorwerp over de laterale zijde van de voetzool te strijken. De normale reactie is een soort 'grijpbeweging' van alle tenen. Een enkele maal ontstaat er een vluchtreactie
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Welke kenmerkende pathologische reflexen zijn er?

  • Reflex volgens Babinski: normaal bij pasgeborenen. Bij volwassenen --> aandoening van het centraal motorisch neuron
  • Palmomentale reflex: met achterkant van wattenstokje stevig over de duimmuis strijken levert bij afwijkingen in het centraal zenuwstelsel een contractie van de m. Mentalis (kinspier) op
  • 'Snout'-reflex: door zacht met de vinger tussen de neus en de mond van de patiënt te tikken. Bij een laesie van het CZS tuit de patiënt de lippen.
  • kaakclonus of heftige masseterreflex: Bij een laesie in de corticobulbaire kernen is de masseterreflex verhoogd en kan er een clonus optreden

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo