Scheepsvaartverkeerswet - Bevoegdheden van opsporingsambtenaren
9 belangrijke vragen over Scheepsvaartverkeerswet - Bevoegdheden van opsporingsambtenaren
Wanneer kan een schip volgens art. 5.19 AWB worden stilgelegd?
- Als het instrument van opsporing nog nodig is
- Niet na waarschuwing of boeterapport
Wat staat in art. 9 van de SVW over verkeersaanwijzingen?
- Verkeersaanwijzingen door bevoegde ambtenaren
- Plaats of tijdigheid kan worden beperkt
Welke bevoegdheid geeft art. 23 van de WED ambtenaren?
- Bevoegdheid te vordere om vaatuig stil te houden en naar een door hem aangewezen plaats over te brengen.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat behandelt art. 1.20 van het BPR?
- Geeft de bevoegde autoriteit de bevoegdheid om medewerking te vragen
- Controle op BPR bepalingen te vorderen
Wat gebeurt er als een schip betrokken is bij een civiele zaak?
- Het schip kan in beslag worden genomen.
- Mogelijkheden: civielrechtelijke beslaglegging, technisch onderzoek.
Wat biedt artikel 29 lid 1 Scheepvaartverkeerswet de opsporingsambtenaar?
- Bevoegdheid bij varen onder invloed
- Vaartverbod opleggen (Schipper, kapitein, loods, roerganger)
Wat staat vermeld op een vaarverbod dat schriftelijk uitgereikt?
- Tijdstip en duur van het vaarverbod
Welke alcohollimiet geldt voor snelle motorboten (recvreatievaart) en binnenvaartschepen (beroepsvaart) bij vaarverbod?
- Alcoholgehalte adem > 220 Ugl/l
- Vaartverbod én vaarbewijs ingetrokken
Wanneer kan bij snelle motorboten (recreatie vaart) en binnenvaart (beroepsvaart) het Vaarbewijs worden ingevorderd?
- Bij een alcoholgehalte adem >785 Ugl/l
- Bij recidive
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















