Samenvatting: Voeren En Verzorgen Van Dieren
- Deze + 400k samenvattingen
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden
Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Voeren en verzorgen van dieren
-
1.1 Voer en water
Dit is een preview. Er zijn 266 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 1.1
Laat hier meer flashcards zien -
Bij hoeveel procent droge stof neemt de kans op bederf toe?
80% droge stof. -
Uit welke twee stoffen bestaat droge stof (ds)
Organische enanorganische stof -
Hoe kom je tot koolhydraten in de Weende analyse:
Organische stof (os) min ruweiwit min ruw vet -
hoe kom je tot overige koolhydraten (ok) in de Weende analyse?
Koolhydraten min ruwecelstof -
In welke 2 groepen kan je koolhydraten verdelen?
Makkelijk verteerbare koolhydraten, bv zetmeel en suiker en ruwe celstof. -
Waarom kan ruwe celstof niet door elk dier goed benut worden?
Een hond kan het lastig verteren, een rund vrij gemakkelijk. Ruwe celstof is belangrijk voor planteneters want de vertering van het voer vindt voor een groot gedeelte plaats door bacterien. Als deze bacterien niet voldoende ruwe celstof tot hun beschikking krijgen, zullen ze sterven of bezig houden met andere voerbestanddelen. Dit kan pensverzuring bij herkauwers veroorzaken. -
Waar staat de N voor in N-houdende stof en waar bestaat het uit?
N=stikstof , N-houdende stof is ruw eiwit (re). Je kunt dus het gehalte aan re verkrijgen door het N gehalte van het voedermiddel te bepalen. -
Waar is ruwe celstof of ruwvezel nog meer goed voor?
Voor de prikkeling van het maag-darmkanaal, waardoor de darmperistaltiek (darmbeweging) beter is. -
Wat zijn compacte energieleveranciers?
Vetten. De energie die in koolhydraten zit opgeslagen, is echter sneller beschikbaar dan de energie die in vetten zit opgeslagen. -
Waarom zijn vetten nodig in voer? Noem er 4.
Ze compacte energie leveren.
Ze essentiële vetzuren bevatten.
Er een aantal vitamines in opgelost zitten.
Ze voor een deel van de dieren de smakelijkheid van het voer bepalen.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden















