Voer en water - Diergedrag

73 belangrijke vragen over Voer en water - Diergedrag

Wat voor soorten gedrag zijn er?

Aangeboren gedrag           Instinctief gedrag
Aangeleerd gedrag             Ervaringsgedrag
Geschoold gedrag               Getraind gedrag

Welke rollen spelen diergedrag en observatie in de zorg voor dieren?

  • Gedrag geeft veel informatie over dieren.
  • Belangrijk voor verzorging: herkennen van bronstgedrag, ziekte, verstoring.
  • Beoordelen of dieren goed eten/drinken.
  • Normaal gedrag kennen om afwijkingen te zien.

Wanneer is de inprentingsperiode bij een hand?

Tussen de 4de t/m de 7de week.
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Wat is het verschil tussen aangeboren, aangeleerd en geschoold gedrag?

  • Aangeboren gedrag: van nature aanwezig, instinct.
  • Aangeleerd gedrag: door ervaring opgedaan.
  • Geschoold gedrag: door training verbeterde gedragingen.

Hoe verschilt de reactiesnelheid tussen een onbewuste reflex en een bewuste reactie bij dieren?

  • Onbewuste reflex: direct na prikkel, automatisch.
  • Bewuste reactie: na herhaald bekijken, zoals bij onderzoek met een bel voor honden.

Wat is aangeboren en instinctief gedrag?

Is erfelijk vastgelegd en voor een deel direct na de geboorte al duidelijk aanwezig.

Hoe wordt gedragsindeling volgens instinct en ervaring toegepast bij dieren?

  • Instinctief gedrag: aangeboren, direct.
  • Ervaringsgedrag: door ervaringen opgedaan.
  • Getraind gedrag: verbeterd door specifieke training.

Welke invloed heeft de complexiteit van een diersoort op het gedrag?

  • Primitievere soorten vertonen meer instinctief gedrag.
  • Bij schildpadden beperkt repertoire, vooral instinctief.
  • Honden hebben meer input nodig in jeugd.

Wat is de betekenis van nabootsen?

Een dier kan ook leren van het gedrag van anderen. Het ziet of hoort gedrag van een soortgenoot en doet het na. Bijv jonge hanen kraaien alleen als ze het van andere hanen hebben gehoord.

Wat wordt bedoeld met aangeboren of instinctief gedrag?

  • Erfelijk gedrag vanaf geboorte aanwezig.
  • Geleid door instinct of driften.
  • Vereist inwendige en uitwendige prikkels.
  • Voorbeelden: sperren bij vogels, pups likken bij moeder, kitten zuigen.

Hoe verschilt aangeleerd gedrag van instinctief gedrag?

  • Ervaringen en leren veranderen gedrag.
  • Positieve ervaringen herhalen leerhandeling.
  • Negatieve ervaringen maken handelingen onaangenaam.
  • Voorbeelden: Pavlov-belletje, zelfdrinkers voor dieren.

Wat is nadoen bij dieren en hoe werkt het?

  • Leren door het gedrag van anderen.
  • Voorbeeld: kraaien nadoen van collega-kraaien.
  • Exploratiegedrag als leervorm.
  • Zoeken naar voedsel of vluchten.

Wat is het belang van drempelwaarde in leerhandelingen?

  • Effectiviteit van aanleren afhankelijk van drempelwaarde.
  • Hogere beloning leidt tot sneller gedrag aanleren.
  • Snelle prikkelreactie verlaagt drempelwaarde.
  • Straf kan leiden tot ongewenst gedrag.

Hoe werkt imprinting bij dieren?

  • Imprinting vindt plaats in gevoelige periode.
  • Voorbeeld: jonge ganzen volgen eerste bewegende object.
  • Onomkeerbaar proces.
  • Gemiste kans blijft onbeperkt.

Wat betekent geschoold gedrag?

Geschoold gedrag is de versterking of onderdrukking van aangeboren en aangeleerd gedrag. Dit komt tot uiting bij verdere opleiding en africhting, bijv paarden zadelmak maken of gehoorzaamheids training bij honden. Heeft wel erfelijke aanleg nodig.

Wat betekent afwijkend gedrag?

Vaak hebben dieren met afwijkend gedrag noodzakelijke prikkels gemist om normaal gedrag te vertonen. Bijv mannetjes dieren die geisoleerd opgroeien hebben verstoord sexueel gedrag. Afwijkend gedrag kan ook ontstaan door een overmaat of juist een tekort aan prikkels. De gedraging zelf is niet abnormaal maar de eindeloze herhaling ervan is dat wel. Bij een tekort aan prikkels uit de omgeving vertonen dieren vaak stereotiep gedrag. Bij een overmaat aan prikkels uit de omgeving vertonen dieren soms ook afwijkend gedrag. Ze weten even niet wat ze moeten doen en gaan urineren of heen en weer lopen. (bij tijgers pacing)

Hoe wordt geschoold gedrag versterkt bij dieren?

  • Versterking door training en africhting.
  • Toepassing bij honden, paarden.
  • Erfelijke aanleg vergemakkelijkt proces.

Wat betekent stereotiep gedrag?

Het slecht, te klein of een aangebonden zeug krijgt stress. Het dier gaat de stress te lijf door afwijkend gedrag te vertonen. Stangbijten, kop slingeren, tanden knarsen en andere rare gedragingen die wel binnen de beperkte mogelijkheden liggen. Deze gedragingen worden routinematig herhaald en men noemt dit ook wel stereotiep gedrag en maakt het dier endorfine aan, een verdovende stof. Het dier raakt verslaafd aan die stof dus aan stereotiep gedrag.

Wat wordt bedoeld met afwijkend gedrag bij dieren?

  • Abnormaal of ongewoon gedrag.
  • Vaak vroege oorzaak aanwezig.
  • Komt voor bij geïsoleerde dieren.
  • Mannetjes en jonge dieren gevoelig.

Wat betekent gestoord gedrag?

Deze dieren zijn letterlijk gestoord en zonder ingrijpen wordt het een situatie die onomkeerbaar is. Bijv weven bij varkens en het ijsberen bij ijsberen, kaal plukken van papagaaiachtigen.

Wat is stereotiep gedrag en wat veroorzaakt het?

  • Komt door omgevingsbeperkingen.
  • Dieren herhalen zinloos gedrag zoals tanden knarsen.
  • Veroorzaakt door frustratie en endorfine-afgifte.
  • Wordt als verslavend ervaren, vergelijkbaar met morfine.

Wat gebeurt er als stereotiep gedrag langdurig voortduurt?

  • Wordt onomkeerbaar zonder ingrijpen.
  • Dieren raken verslaafd aan gedrag.
  • Bijvoorbeeld: kale plekken of excessief 'weven' bij varkens.
  • Onderdrukt natuurlijk gedrag.

Wat is conflictgedrag en welke vormen kan het aannemen?

  • Conflictgedrag: ontstaat door te veel prikkels.
  • Overspronggedrag: gedrag dat niet logisch lijkt, zoals hanen die zonder reden voedsel zoeken.
  • Omgericht gedrag: gedrag richten op iets anders, zoals varkens die elkaar beschadigen.

Wat is omgericht gedrag en hoe werkt het bij dieren?

  • Omgericht gedrag: gedrag dat bij conflict naar een ander doel gericht wordt.
  • Voorbeeld: Varkens beschadigen elkaar bij stress.
  • Komt door onmogelijkheid om normaal gedrag uit te voeren.

Hoe uit apathie zich bij dieren en wat is een ethogram?

  • Apathie: dieren tonen geen of beperkt gedrag door omstandigheden.
  • Ethogram: beschrijving van waargenomen gedrag.
  • Kan kwantitatief uitgebreid worden door turven of tijdschrijven.

Hoe werkt de rangorde in groepen?

Een toompje een haan met een paar hennen is het meest ideaal. Er is natuurlijk gedrag mogelijk. Binnen de toom is er een duidelijke pikorde. De hoogste hen in de pikorde mag alle andere pikken en zo verder. Zo is er een duidelijke hiërarchie in de groep.

Hoe kan een ethogram van een kip eruitzien?

Een ethogram van een kip bevat gedragingen zoals:
  1. Pikken op de grond.
  2. Pikken in de voerbak.
  3. Water drinken.
  4. Verjagen bij de wateropname.
  5. Uitscheiding.
  6. Reinigingsgedrag.
  7. Vleugels strekken.
  8. Slapen en zitten.
  9. Scharrelpogingen.
  10. Alert zijn en staand geluid maken.

Wat zijn de verschillende samenlevingsvormen bij dieren?

  • Solitaire leven: Alleen leven, mannetje en vrouwtje komen alleen samen voor paring.
  • Paarvorming: Levenslange band, samen zorgen voor jongen.
  • Gezinsvorming: Mannetje, vrouwtje en jongen blijven bij elkaar.
  • Harem: Dominant mannetje met meerdere vrouwtjes.
  • Matriarchale orde: Vrouwtjes hebben de macht.
  • Oligarchie: Groep mannetjes beschermt de groep.
  • Kolonie: Grotere groepen van gelijken, vaak gemengd.

Wat zijn de gevolgen van het samenbrengen van solitaire dieren in een kleine ruimte?

  • Dichtbij elkaar brengen in kleine ruimte veroorzaakt problemen.
  • Natuurlijke samenlevingsvorm moet benaderd worden.
  • Verbetering dierenwelzijn.
  • Vermijding van conflicten en onnodige kosten.

Over welke gegevens van diverse soorten dieren moet een dierverzorger beschikken?

Vruchtbare periode
Kunnen samen zijn
Natuurlijke geboorteomgeving
Huisvesting in gevangenschap
Aantal per geboorte
Aantal vrouwtjes per mannetje (bijv in dektijd)

Hoe ontstaat de rangorde binnen een kippen- en hanengroep?

  • Natuurlijke rangorde ontstaat binnen groepen.
  • Hanengedrag zonder hennen leidt tot problemen.
  • Dominantie ontstaat van haan naar laagste kip.
  • Voorkómen van conflicten door rangorde te handhaven.

Wat zijn nestblijvers en nestvlieders?

Nestblijvers zijn nog niet volledig ontwikkeld en blijven gedurende een bepaalde tijd nog in het nest en worden verzorgd door de ouderdieren. Nestvlieders zijn jongen die het moederdier direct volgen. De draagtijd van nestvlieders is relatief langer dan nestblijvers.

Waarom is het belangrijk om groepsdieren voldoende ruimte te geven?

  • Rangordegeschillen kunnen tot verwondingen leiden.
  • Oorzaak is gebrek aan voldoende ruimte.
  • Dieren moeten elkaar kunnen ontwijken zoals in de natuur.
  • Beschikbare ruimte voorkomt conflicten.

Wat is het verband tussen samenlevingsvorm en eetgedrag bij dieren?

  • Kuddes bieden bescherming tegen roofdieren.
  • Veel kuddeleden zijn herkauwers.
  • Solitair levende dieren zijn vaak roofdieren.
  • Groepsjagers en solitaire jagers hebben verschillende jachtmethoden.

Wat betekend exploratiegedrag?

Een dier die op onderzoek gaat. Heet ook wel onderzoekingsgedrag. Zo weten ze waar de voedselplaatsen en vluchtwegen zijn. Goed voorbeeld zijn varkens.

Hoe eten dieren zoals herten en varkens in kuddes?

  • Herten en varkens vormen kuddes.
  • Ze eten rustig door bescherming in kudde.
  • Bescherming tegen roofdieren.
  • Dieren eten eerste snel en daarna rustig.

Wat betekent een natuurlijke leefomgeving?

Waar het dier oorspronkelijk vandaan komt en hoe ziet of zag die leefomgeving eruit.

Welke verschillen zijn er tussen groeps- en solitaire roofdieren?

  • Groepsroofdieren omringen en jagen samen.
  • Solitaire roofdieren beslissen individueel over de jacht.
  • Verschillende jagersstrategieën gebruiken.
  • Leefomgeving en jachtmethode beïnvloeden elkaar.

Hoe wordt de natuurlijke leefomgeving bepaald?

Door omgevingsfactoren, de leefomgeving maar ook klimaat, het landschap en de beschikbaarheid aan voedsel.

Wat zijn enkele kenmerken van winterslaap bij dieren?

  • Veel dierensoorten houden een winterslaap.
  • Dit hangt af van leefomstandigheden.
  • Beren en knaagdieren houden vaak winterslaap.
  • Winterslaap kan helpen om te overleven bij koude temperaturen.

Hoe passen dieren hun gedrag aan door vluchtgedrag?

  • Verzorgers moeten de huisvesting aanpassen.
  • Vluchtgedrag ontsnapt aan roofdieren.
  • Merries kunnen weiden verkennen met veulens.
  • Kan ook betekenen veilig brengen van kuddes.

Wat is er zo bijzonder aan het lichaam van een dromedaris?

Een bult - bestaat uit vet en laat maar weinig warmte door, werkt als hitteschild
Lichaamsbouw - Zijn lichaamsbouw zorgt ervoor dat hij zo weinig mogelijk warmte opvangt.
Platvoeten - Kan hij goed mee lopen op los en droog zand.
Lange wimpers - Beschermen de ogen tegen opwaaiend zand.
Neusgaten - Worden afgesloten met klepjes beschermen ook tegen opwaaiend zand.

Wat is het doel van camouflage in de natuur?

  • Camouflage voorkomt ontdekking door roofdieren.
  • Prooi valt minder snel op door kleur of aftekening.
  • Alternatieve methoden zoals nabootsen roofdieren bevorderen veiligheid.

Over welke fysiologische aanpassingen beschikt een dromedaris?

Zijn lichaamsfuncties gaan anders werken. Hij kan zijn temperatuur laten schommelen tussen 35 en 45 graden. Zo hoeft een dromedaris niet te zweten anders zou hij afkoelen en vocht verliezen. Hij heeft ook een andere vorm van urineren. Urineren is nodig om allerlei (schadelijke) afvalstoffen af te voeren. De nieren produceren de urine. Onder extreme hitte is de dromedaris echter in staat de nieren uit te schakelen en de afvalstoffen via de maag en endeldarm af te voeren.

Waarom is voortplantingsgedrag in de dierverzorging belangrijk?

  • Voortplanting is cruciaal voor dierpopulaties.
  • Huisvesting en verzorging hebben invloed.
  • Verzorgers sturen voortplantingsgedrag.
  • Fokkerij bepaalt ouderdieren en voortplantingsmoment.

Wat is er zo bijzonder aan het lichaam van de ijsbeer?

Groot lijf - hoe groter het dier hoe kleiner de relatieve lichaamsoppervlakte en hoe kleiner het gevaar op overmatige afkoeling.
Witte vacht - camouflage
Zwarte huid - zo kan hij elk zonnestraaltje absorberen.
Bolle vorm - Hij heeft minder gevoelige uiteinden die kunnen bevriezen.

Een winterslaap is de perfecte oplossing om de zeer koude winter door te komen zonder voedsel.

Welke aspecten zijn belangrijk voor de geboorte en verzorging van jonge dieren?

  • Geboorte en gewenste paring zijn van belang.
  • Opfok van jonge dieren is essentieel.
  • Mannetjes komen vaak pas bij dekseizoen.
  • Kunstmatige inseminatie (KI) kan toegepast worden.
  • Huisvesting dient optimaal te zijn.

Wat zijn de verschillen in vruchtbaarheid bij dieren?

  • Verschillen bestaan in vruchtbare perioden.
  • Sommige dieren hebben een specifieke bronsttijd.
  • Dekking succesvol alleen in deze periode.
  • Belangrij

Waar moet op gelet worden bij de huisvesting rond de geboorte?

  • Huisvesting moet optimaal zijn.
  • Belang dat dieren in natuurlijke omgeving jongen kunnen krijgen.
  • Spoedige aanpassing aan omgeving na geboorte is belangrijk.

Wat doet de licht met een dier?

De winterperiode, waarin de dagen kort zijn en er weinig licht is, is voor veel dieren een rustperiode. Ze doen energie op voor de intensieve tijd die volgt, het voorjaar en de zomer. Een tijd waar ze zich voortplanten. De verandering van daglengte is er een van en de andere factor is de hoeveelheid beschikbaar voedsel.

Wat is een schemer- en nachtdier?

Zij kunnen goed functioneren in het donker. Zij hebben een goed ontwikkeld gehoor, reuk- en/of tastvermogen. Overdag slapen ze en s'nachts gaan ze op zoek naar voedsel. Voor hun zijn de voedselcondities s'nachts beter bijv omdat het koeler en vochtiger is. Veel knaagdieren zijn nachtdieren.

Hoe bepaal je de waterbehoefte van een dier?

Je moet rekening houden met het oorspronkelijke leefgebied van het dier.

Wat is comfortgedrag bij dieren en geef een voorbeeld?

  • Comfortgedrag bij dieren zorgt voor welzijn.
  • Voorbeelden zijn: likken, wassen, uitschudden.
  • Vogels nemen zandbad; verwijdert ongedierte.
  • Koeien schuren langs borstels.

Wat is exploratiegedrag en hoe uiten dieren dit?

  • Dieren vertonen exploratiegedrag om hun omgeving te verkennen.
  • Ook bekend als onderzoeksdrift.
  • Varkens onderzoeken voedselplaatsen.
  • Zelfs in kleine gebieden toont een varken dit gedrag.

Waarom is kennis over de natuurlijke leefomgeving van huisdieren belangrijk?

  • Kennis over de wilde voorouders van huisdieren helpt hun gedrag te begrijpen.
  • Basis: oorspronkelijke leefomgeving.
  • Verzorging baseert zich hierop; dieren gezond en wel.

Hoe reageren schapen op afzondering van de groep?

  • Schapen zijn kuddedieren.
  • Afzondering maakt ze angstig.
  • Bij afzondering in de natuur vluchten ze.
  • In gevangenschap kunnen ze ook angstig worden.

Wat zijn de basisvoorwaarden van een socialisatietraject?

Het dier bepaalt het tempo - niet forceren of dwingen. Is het dier ergens angstig voor, leidt het dan af met wat lekkers en maak er een positieve ervaring van. Een tactiek is afleiden en belonen.
Je eigen gemoedstoestand - Een dier voelt feilloos aan hoe je je voelt, tijd, geduld en de juiste aanpak vormen de basis van ieder socialisatietraject.

Wat zijn enkele aanpassingen van dieren om te overleven in warme gebieden?

- Dieren in warme streken vermijden oververhitting:
  1. Graafholen en verliezen warmte via oren (bijv. langoorbuideldas).
  2. Dromedaries: bult, gekromde neus, lange wimpers.
  3. Platvoeten voor zand, sluiten neusgaten.

Waarom is de inzet van een sociaal soortgenootje handig bij het socialiseren van een dier?

Het kan het dier vertrouwen geven dat hij in bepaalde omstandigheden niet angstig hoeft te zijn. Bijv  angst voor mensen, verkeer en andere diersoorten.

Hoe heeft de dromedaris zich aangepast aan het leven in de woestijn?

- Aanpassingen van de dromedaris:
  1. Bult voor vetopslag.
  2. Platte voeten voor zand.
  3. Lange wimpers, grote neusgaten.
  4. Sluiten neusgaten tegen zand.
  5. Hoge lichaamstemperatuur om fysiologische aanpassingen te vermijden.

Wat wordt er verstaan onder het trainen van dieren?

Het aanleren van (natuurlijk) gedrag op commando. Het maakt het leven soms wat makkelijker bijv het commando blijf, los of kom hier.

Wat kunnen we leren door goed naar dieren te kijken in hun habitat?

- Observaties van dieren in hun natuurlijke omgeving geven inzicht in:
  1. Aanpassingen aan temperatuur.
  2. Manieren om te overleven in hun leefomgeving.
  3. Habitatkenmerken en gedrag.

Wat betekent klassieke conditionering?

Bijv de klikkers is een vorm van klassieke conditionering. Onmiddellijk nadat het dier het gewenste gedrag laat zien, wordt er geklikt (neutrale prikkel) en de beloning  (responsopwekkende prikkel). Op enig moment legt het dier het verband tussen de klikker en de beloning. Een paard dat komt aanrennen als hij zijn verzorger met een emmer brokken hoort rammelen, omdat hij weet dat hij eten krijgt is ook een voorbeeld van klassieke conditionering.

Welke factoren beïnvloeden het leven van dieren volgens de tekst?

- Factoren die het leven van dieren beïnvloeden:
  1. Klimaat
  2. Landschap
  3. Beschikbaarheid van voedsel
  4. Omgevingsfactoren zoals leefomgeving

Wat betekent trainen door operante conditionering?

Zie A4 tje

Welke aanpassingen heeft de ijsbeer om in koude temperaturen te overleven?

  • Groot lichaam met witte, dikke vacht.
  • Bolle vorm om warmte vast te houden.
  • Donkere huid absorbeert zonnestralen.
  • Kleine lichaamsoppervlakte voor minder afkoeling.
  • Wintervacht als perfecte isolatie.

Hoe verschilt de temperatuurregeling tussen koud- en warmbloedige dieren?

  • Koudbloedige dieren hebben een lichaamstemperatuur afhankelijk van de omgeving.
  • Warmbloedige dieren reguleren actief hun temperatuur (zoogdieren tussen 36-39°C).
  • Koudbloedige dieren nemen sneller verandering van water over dan warmbloedige.

Wat is de invloed van licht op dieren en hun gedrag?

  • Licht beïnvloedt eet-, verzorgings- en slaappatronen.
  • Het dagelijkse ritme door licht wordt bioritme genoemd.
  • Ontbreken van licht kan grote invloed hebben op het gedrag.

Wat gebeurt er met dieren tijdens de winterperiode en welke rol speelt daglengte?

  • Winter is een rustperiode met weinig licht.
  • Dieren stoppen zich voort te planten.
  • Daglengte beïnvloedt voortplanting door beschikbaar voedsel.

Hoe beïnvloedt daglicht de voortplanting van legkippen in de dierhouderij?

  • Daglicht wordt verlengd met kunstlicht.
  • Kippen blijven actief.
  • Hobbyisten doen hetzelfde met vogels.
  • Betere voortplanting door licht in voorjaar/winter.

Welke aanpassingen hebben schemer- en nachtdieren om 's nachts te functioneren?

  • Goed ontwikkeld gehoor, reuk, tastvermogen.
  • Actief in koelere, vochtige nachten.
  • Nachtactieve voedselsoorten: insecten, bijvoorbeeld.
  • Voorbeelden: konijnen, uilen, egels.

Wat is de rol van water in het leven van dieren en hoe overleven ze?

  • Essentieel voor overleven.
  • Variërende behoeften afhankelijk van seizoen en omgeving.
  • Systemen om uitdroging te voorkomen.
  • Reptielen en dromedarissen hebben unieke aanpassingen.

Waarom is zuurstof belangrijk voor landdieren en wat beïnvloedt de lucht?

  • Zuurstof is nodig voor ademhaling.
  • Landdieren nemen het uit de lucht, waterdieren uit water.
  • Luchtdruk beïnvloedt zuurstofopname.
  • Vogels ademen efficiënter.

De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:

  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo