Voer en water - Diergedrag
73 belangrijke vragen over Voer en water - Diergedrag
Wat voor soorten gedrag zijn er?
Aangeleerd gedrag Ervaringsgedrag
Geschoold gedrag Getraind gedrag
Welke rollen spelen diergedrag en observatie in de zorg voor dieren?
- Gedrag geeft veel informatie over dieren.
- Belangrijk voor verzorging: herkennen van bronstgedrag, ziekte, verstoring.
- Beoordelen of dieren goed eten/drinken.
- Normaal gedrag kennen om afwijkingen te zien.
Wanneer is de inprentingsperiode bij een hand?
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Wat is het verschil tussen aangeboren, aangeleerd en geschoold gedrag?
- Aangeboren gedrag: van nature aanwezig, instinct.
- Aangeleerd gedrag: door ervaring opgedaan.
- Geschoold gedrag: door training verbeterde gedragingen.
Hoe verschilt de reactiesnelheid tussen een onbewuste reflex en een bewuste reactie bij dieren?
- Onbewuste reflex: direct na prikkel, automatisch.
- Bewuste reactie: na herhaald bekijken, zoals bij onderzoek met een bel voor honden.
Wat is aangeboren en instinctief gedrag?
Hoe wordt gedragsindeling volgens instinct en ervaring toegepast bij dieren?
- Instinctief gedrag: aangeboren, direct.
- Ervaringsgedrag: door ervaringen opgedaan.
- Getraind gedrag: verbeterd door specifieke training.
Welke invloed heeft de complexiteit van een diersoort op het gedrag?
- Primitievere soorten vertonen meer instinctief gedrag.
- Bij schildpadden beperkt repertoire, vooral instinctief.
- Honden hebben meer input nodig in jeugd.
Wat is de betekenis van nabootsen?
Wat wordt bedoeld met aangeboren of instinctief gedrag?
- Erfelijk gedrag vanaf geboorte aanwezig.
- Geleid door instinct of driften.
- Vereist inwendige en uitwendige prikkels.
- Voorbeelden: sperren bij vogels, pups likken bij moeder, kitten zuigen.
Hoe verschilt aangeleerd gedrag van instinctief gedrag?
- Ervaringen en leren veranderen gedrag.
- Positieve ervaringen herhalen leerhandeling.
- Negatieve ervaringen maken handelingen onaangenaam.
- Voorbeelden: Pavlov-belletje, zelfdrinkers voor dieren.
Wat is nadoen bij dieren en hoe werkt het?
- Leren door het gedrag van anderen.
- Voorbeeld: kraaien nadoen van collega-kraaien.
- Exploratiegedrag als leervorm.
- Zoeken naar voedsel of vluchten.
Wat is het belang van drempelwaarde in leerhandelingen?
- Effectiviteit van aanleren afhankelijk van drempelwaarde.
- Hogere beloning leidt tot sneller gedrag aanleren.
- Snelle prikkelreactie verlaagt drempelwaarde.
- Straf kan leiden tot ongewenst gedrag.
Hoe werkt imprinting bij dieren?
- Imprinting vindt plaats in gevoelige periode.
- Voorbeeld: jonge ganzen volgen eerste bewegende object.
- Onomkeerbaar proces.
- Gemiste kans blijft onbeperkt.
Wat betekent geschoold gedrag?
Wat betekent afwijkend gedrag?
Hoe wordt geschoold gedrag versterkt bij dieren?
- Versterking door training en africhting.
- Toepassing bij honden, paarden.
- Erfelijke aanleg vergemakkelijkt proces.
Wat betekent stereotiep gedrag?
Wat wordt bedoeld met afwijkend gedrag bij dieren?
- Abnormaal of ongewoon gedrag.
- Vaak vroege oorzaak aanwezig.
- Komt voor bij geïsoleerde dieren.
- Mannetjes en jonge dieren gevoelig.
Wat betekent gestoord gedrag?
Wat is stereotiep gedrag en wat veroorzaakt het?
- Komt door omgevingsbeperkingen.
- Dieren herhalen zinloos gedrag zoals tanden knarsen.
- Veroorzaakt door frustratie en endorfine-afgifte.
- Wordt als verslavend ervaren, vergelijkbaar met morfine.
Wat gebeurt er als stereotiep gedrag langdurig voortduurt?
- Wordt onomkeerbaar zonder ingrijpen.
- Dieren raken verslaafd aan gedrag.
- Bijvoorbeeld: kale plekken of excessief 'weven' bij varkens.
- Onderdrukt natuurlijk gedrag.
Wat is conflictgedrag en welke vormen kan het aannemen?
- Conflictgedrag: ontstaat door te veel prikkels.
- Overspronggedrag: gedrag dat niet logisch lijkt, zoals hanen die zonder reden voedsel zoeken.
- Omgericht gedrag: gedrag richten op iets anders, zoals varkens die elkaar beschadigen.
Wat is omgericht gedrag en hoe werkt het bij dieren?
- Omgericht gedrag: gedrag dat bij conflict naar een ander doel gericht wordt.
- Voorbeeld: Varkens beschadigen elkaar bij stress.
- Komt door onmogelijkheid om normaal gedrag uit te voeren.
Hoe uit apathie zich bij dieren en wat is een ethogram?
- Apathie: dieren tonen geen of beperkt gedrag door omstandigheden.
- Ethogram: beschrijving van waargenomen gedrag.
- Kan kwantitatief uitgebreid worden door turven of tijdschrijven.
Hoe werkt de rangorde in groepen?
Hoe kan een ethogram van een kip eruitzien?
- Pikken op de grond.
- Pikken in de voerbak.
- Water drinken.
- Verjagen bij de wateropname.
- Uitscheiding.
- Reinigingsgedrag.
- Vleugels strekken.
- Slapen en zitten.
- Scharrelpogingen.
- Alert zijn en staand geluid maken.
Wat zijn de verschillende samenlevingsvormen bij dieren?
- Solitaire leven: Alleen leven, mannetje en vrouwtje komen alleen samen voor paring.
- Paarvorming: Levenslange band, samen zorgen voor jongen.
- Gezinsvorming: Mannetje, vrouwtje en jongen blijven bij elkaar.
- Harem: Dominant mannetje met meerdere vrouwtjes.
- Matriarchale orde: Vrouwtjes hebben de macht.
- Oligarchie: Groep mannetjes beschermt de groep.
- Kolonie: Grotere groepen van gelijken, vaak gemengd.
Wat zijn de gevolgen van het samenbrengen van solitaire dieren in een kleine ruimte?
- Dichtbij elkaar brengen in kleine ruimte veroorzaakt problemen.
- Natuurlijke samenlevingsvorm moet benaderd worden.
- Verbetering dierenwelzijn.
- Vermijding van conflicten en onnodige kosten.
Over welke gegevens van diverse soorten dieren moet een dierverzorger beschikken?
Kunnen samen zijn
Natuurlijke geboorteomgeving
Huisvesting in gevangenschap
Aantal per geboorte
Aantal vrouwtjes per mannetje (bijv in dektijd)
Hoe ontstaat de rangorde binnen een kippen- en hanengroep?
- Natuurlijke rangorde ontstaat binnen groepen.
- Hanengedrag zonder hennen leidt tot problemen.
- Dominantie ontstaat van haan naar laagste kip.
- Voorkómen van conflicten door rangorde te handhaven.
Wat zijn nestblijvers en nestvlieders?
Waarom is het belangrijk om groepsdieren voldoende ruimte te geven?
- Rangordegeschillen kunnen tot verwondingen leiden.
- Oorzaak is gebrek aan voldoende ruimte.
- Dieren moeten elkaar kunnen ontwijken zoals in de natuur.
- Beschikbare ruimte voorkomt conflicten.
Wat is het verband tussen samenlevingsvorm en eetgedrag bij dieren?
- Kuddes bieden bescherming tegen roofdieren.
- Veel kuddeleden zijn herkauwers.
- Solitair levende dieren zijn vaak roofdieren.
- Groepsjagers en solitaire jagers hebben verschillende jachtmethoden.
Wat betekend exploratiegedrag?
Hoe eten dieren zoals herten en varkens in kuddes?
- Herten en varkens vormen kuddes.
- Ze eten rustig door bescherming in kudde.
- Bescherming tegen roofdieren.
- Dieren eten eerste snel en daarna rustig.
Wat betekent een natuurlijke leefomgeving?
Welke verschillen zijn er tussen groeps- en solitaire roofdieren?
- Groepsroofdieren omringen en jagen samen.
- Solitaire roofdieren beslissen individueel over de jacht.
- Verschillende jagersstrategieën gebruiken.
- Leefomgeving en jachtmethode beïnvloeden elkaar.
Hoe wordt de natuurlijke leefomgeving bepaald?
Wat zijn enkele kenmerken van winterslaap bij dieren?
- Veel dierensoorten houden een winterslaap.
- Dit hangt af van leefomstandigheden.
- Beren en knaagdieren houden vaak winterslaap.
- Winterslaap kan helpen om te overleven bij koude temperaturen.
Hoe passen dieren hun gedrag aan door vluchtgedrag?
- Verzorgers moeten de huisvesting aanpassen.
- Vluchtgedrag ontsnapt aan roofdieren.
- Merries kunnen weiden verkennen met veulens.
- Kan ook betekenen veilig brengen van kuddes.
Wat is er zo bijzonder aan het lichaam van een dromedaris?
Lichaamsbouw - Zijn lichaamsbouw zorgt ervoor dat hij zo weinig mogelijk warmte opvangt.
Platvoeten - Kan hij goed mee lopen op los en droog zand.
Lange wimpers - Beschermen de ogen tegen opwaaiend zand.
Neusgaten - Worden afgesloten met klepjes beschermen ook tegen opwaaiend zand.
Wat is het doel van camouflage in de natuur?
- Camouflage voorkomt ontdekking door roofdieren.
- Prooi valt minder snel op door kleur of aftekening.
- Alternatieve methoden zoals nabootsen roofdieren bevorderen veiligheid.
Over welke fysiologische aanpassingen beschikt een dromedaris?
Waarom is voortplantingsgedrag in de dierverzorging belangrijk?
- Voortplanting is cruciaal voor dierpopulaties.
- Huisvesting en verzorging hebben invloed.
- Verzorgers sturen voortplantingsgedrag.
- Fokkerij bepaalt ouderdieren en voortplantingsmoment.
Wat is er zo bijzonder aan het lichaam van de ijsbeer?
Witte vacht - camouflage
Zwarte huid - zo kan hij elk zonnestraaltje absorberen.
Bolle vorm - Hij heeft minder gevoelige uiteinden die kunnen bevriezen.
Een winterslaap is de perfecte oplossing om de zeer koude winter door te komen zonder voedsel.
Welke aspecten zijn belangrijk voor de geboorte en verzorging van jonge dieren?
- Geboorte en gewenste paring zijn van belang.
- Opfok van jonge dieren is essentieel.
- Mannetjes komen vaak pas bij dekseizoen.
- Kunstmatige inseminatie (KI) kan toegepast worden.
- Huisvesting dient optimaal te zijn.
Wat zijn de verschillen in vruchtbaarheid bij dieren?
- Verschillen bestaan in vruchtbare perioden.
- Sommige dieren hebben een specifieke bronsttijd.
- Dekking succesvol alleen in deze periode.
- Belangrij
Waar moet op gelet worden bij de huisvesting rond de geboorte?
- Huisvesting moet optimaal zijn.
- Belang dat dieren in natuurlijke omgeving jongen kunnen krijgen.
- Spoedige aanpassing aan omgeving na geboorte is belangrijk.
Wat doet de licht met een dier?
Wat is een schemer- en nachtdier?
Hoe bepaal je de waterbehoefte van een dier?
Wat is comfortgedrag bij dieren en geef een voorbeeld?
- Comfortgedrag bij dieren zorgt voor welzijn.
- Voorbeelden zijn: likken, wassen, uitschudden.
- Vogels nemen zandbad; verwijdert ongedierte.
- Koeien schuren langs borstels.
Wat is exploratiegedrag en hoe uiten dieren dit?
- Dieren vertonen exploratiegedrag om hun omgeving te verkennen.
- Ook bekend als onderzoeksdrift.
- Varkens onderzoeken voedselplaatsen.
- Zelfs in kleine gebieden toont een varken dit gedrag.
Waarom is kennis over de natuurlijke leefomgeving van huisdieren belangrijk?
- Kennis over de wilde voorouders van huisdieren helpt hun gedrag te begrijpen.
- Basis: oorspronkelijke leefomgeving.
- Verzorging baseert zich hierop; dieren gezond en wel.
Hoe reageren schapen op afzondering van de groep?
- Schapen zijn kuddedieren.
- Afzondering maakt ze angstig.
- Bij afzondering in de natuur vluchten ze.
- In gevangenschap kunnen ze ook angstig worden.
Wat zijn de basisvoorwaarden van een socialisatietraject?
Je eigen gemoedstoestand - Een dier voelt feilloos aan hoe je je voelt, tijd, geduld en de juiste aanpak vormen de basis van ieder socialisatietraject.
Wat zijn enkele aanpassingen van dieren om te overleven in warme gebieden?
- Graafholen en verliezen warmte via oren (bijv. langoorbuideldas).
- Dromedaries: bult, gekromde neus, lange wimpers.
- Platvoeten voor zand, sluiten neusgaten.
Waarom is de inzet van een sociaal soortgenootje handig bij het socialiseren van een dier?
Hoe heeft de dromedaris zich aangepast aan het leven in de woestijn?
- Bult voor vetopslag.
- Platte voeten voor zand.
- Lange wimpers, grote neusgaten.
- Sluiten neusgaten tegen zand.
- Hoge lichaamstemperatuur om fysiologische aanpassingen te vermijden.
Wat wordt er verstaan onder het trainen van dieren?
Wat kunnen we leren door goed naar dieren te kijken in hun habitat?
- Aanpassingen aan temperatuur.
- Manieren om te overleven in hun leefomgeving.
- Habitatkenmerken en gedrag.
Wat betekent klassieke conditionering?
Welke factoren beïnvloeden het leven van dieren volgens de tekst?
- Klimaat
- Landschap
- Beschikbaarheid van voedsel
- Omgevingsfactoren zoals leefomgeving
Wat betekent trainen door operante conditionering?
Welke aanpassingen heeft de ijsbeer om in koude temperaturen te overleven?
- Groot lichaam met witte, dikke vacht.
- Bolle vorm om warmte vast te houden.
- Donkere huid absorbeert zonnestralen.
- Kleine lichaamsoppervlakte voor minder afkoeling.
- Wintervacht als perfecte isolatie.
Hoe verschilt de temperatuurregeling tussen koud- en warmbloedige dieren?
- Koudbloedige dieren hebben een lichaamstemperatuur afhankelijk van de omgeving.
- Warmbloedige dieren reguleren actief hun temperatuur (zoogdieren tussen 36-39°C).
- Koudbloedige dieren nemen sneller verandering van water over dan warmbloedige.
Wat is de invloed van licht op dieren en hun gedrag?
- Licht beïnvloedt eet-, verzorgings- en slaappatronen.
- Het dagelijkse ritme door licht wordt bioritme genoemd.
- Ontbreken van licht kan grote invloed hebben op het gedrag.
Wat gebeurt er met dieren tijdens de winterperiode en welke rol speelt daglengte?
- Winter is een rustperiode met weinig licht.
- Dieren stoppen zich voort te planten.
- Daglengte beïnvloedt voortplanting door beschikbaar voedsel.
Hoe beïnvloedt daglicht de voortplanting van legkippen in de dierhouderij?
- Daglicht wordt verlengd met kunstlicht.
- Kippen blijven actief.
- Hobbyisten doen hetzelfde met vogels.
- Betere voortplanting door licht in voorjaar/winter.
Welke aanpassingen hebben schemer- en nachtdieren om 's nachts te functioneren?
- Goed ontwikkeld gehoor, reuk, tastvermogen.
- Actief in koelere, vochtige nachten.
- Nachtactieve voedselsoorten: insecten, bijvoorbeeld.
- Voorbeelden: konijnen, uilen, egels.
Wat is de rol van water in het leven van dieren en hoe overleven ze?
- Essentieel voor overleven.
- Variërende behoeften afhankelijk van seizoen en omgeving.
- Systemen om uitdroging te voorkomen.
- Reptielen en dromedarissen hebben unieke aanpassingen.
Waarom is zuurstof belangrijk voor landdieren en wat beïnvloedt de lucht?
- Zuurstof is nodig voor ademhaling.
- Landdieren nemen het uit de lucht, waterdieren uit water.
- Luchtdruk beïnvloedt zuurstofopname.
- Vogels ademen efficiënter.
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















