De obesogene omgeving
4 belangrijke vragen over De obesogene omgeving
Welke type omgevingen worden er in de factsheet van het voedingscentrum genoemd die invloed kunnen hebben op het koop- en eetgedrag van mensen?
- Fysiek: aanwezigheid van ongezond eten overal; en beperkte aanwezigheid van gezond eten.
- Economisch: ongezond eten is vaak goedkoop.
- Politiek: er kunnen wetten aangenomen worden die impact hebben op wat we eten, bijvoorbeeld de reclamecode voedingsmiddelen waarin staat dat reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen onder de 12 niet is toegestaan.
- Sociaal-cultuur: ongezond eten wordt vaak met gezelligheid geassocieerd
Deze vier omgevingen worden vaak gebruikt om de obesogene omgeving te bespreken en komen ook naar voren in oa het ANGELO-raamwerk (studietaak 1).
Hoe wordt 'built environment' gedefinieerd?
De gebouwde omgeving omvat alle gebouwen, ruimtes en producten die door mensen zijn gemaakt of aangepast. De gebouwde omgeving beïnvloedt de fysieke omgeving binnen en buiten, de sociale omgeving en vervolgens de gezondheid en kwaliteit van leven. Het omvat stedelijk ontwerp, transportsystemen, ruimtelijke ordening en beleid dat van invloed is op gemeenschappen in stedelijke, landelijke en voorstedelijke gebieden.
Over het algemeen omvatten definities dezelfde belangrijkste concepten.
Gubbels et al. (2014) noemen dat de interactie tussen omgevingen vooral belangrijk is voor kinderen. Waarom?
- Het gedrag van kinderen is grotendeels onberedeneerd, ongepland en omgevingsgestuurd, waardoor traditionele cognitieve gedragsverklaringsmodellen meestal ongeschikt zijn voor deze leeftijdsgroep.
- De variëteit en complexiteit van omgevingen neemt toe in de loop van het leven, de toepassing op het gedrag van kinderen moet dus gezien worden als een startpunt, dat verdere extrapolaties en generalisaties naar andere omgevingen, leeftijden en gedragingen mogelijk maakt
- EBRB-gewoonten (energie-balansgerelateerde gedragingen) worden vaak op jonge leeftijd gevormd en worden de rest van het leven vastgehouden, waardoor het essentieel is om EBRB’s op jonge leeftijd aan te pakken.
- Hogere cijfers + sneller leren
- Niets twee keer studeren
- 100% zeker alles onthouden
Tot welke conclusies komen Gubbels et al. (2014) wat betreft de verschillende interacties?
De vragen op deze pagina komen uit de samenvatting van het volgende studiemateriaal:
- Een unieke studie- en oefentool
- Nooit meer iets twee keer studeren
- Haal de cijfers waar je op hoopt
- 100% zeker alles onthouden















