Samenvatting: Abnormal Child And Adolescent Psychology | 9781000198362 | Allen C Israel, et al

Samenvatting: Abnormal Child And Adolescent Psychology | 9781000198362 | Allen C Israel, et al Afbeelding van boekomslag
  • Deze + 400k samenvattingen
  • Een unieke studie- en oefentool
  • Nooit meer iets twee keer studeren
  • Haal de cijfers waar je op hoopt
  • 100% zeker alles onthouden
Gebruik deze samenvatting
Onthoud sneller, leer beter. Wetenschappelijk bewezen.
Trustpilot-logo

Lees hier de samenvatting en de meest belangrijke oefenvragen van Abnormal Child and Adolescent Psychology | 9781000198362 | Allen C. Israel; Jennifer Weil Malatras; Rita Wicks-Nelson

  • 6 Anxiety and Obsessive-Compulsive Disorders

  • Om welke redenen is er discussie over het onderscheiden van specifieke internaliserende stoornissen?

    1. Risicofactoren zijn niet stoornisspecifiek maar dragen bij aan verschillende stoornissen
    2. Hoge mate van comorbiditeit
    3. Culturele verschillen kunnen de uitingsvorm van een stoornis beïnvloeden (bijvoorbeeld meer separatieangst bij hispanics)
  • 6.2 Defining and Classifying Anxiety Disorders

    Dit is een preview. Er zijn 9 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 6.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat zijn anxiety, fear en worry?

    • Anxiety:
      • een toekomstgeorienteerde emotie
      • gekenmerkt door 
        • percepties van oncontroleerbaarheid en onvoorspelbaarheid van potentieel aversieve gebeurtenissen en
        • een snelle aandachtsverschuiving naar potentieel gevaarlijke gebeurtenissen of naar de eigen respons op die gebeurtenissen
    • Fear:
      • alarmreactie op een direct aanwezige dreiging (in het heden)
    • Worry:
      • intrusieve gedachten over mogelijke negatieve uitkomsten (cognitieve component van angst)
  • Welke reacties op een waargenomen dreiging worden onderscheiden in het tripartite model van Barrios en O'Dell?

    1. Gedragsmatige repons (wegrennen, trillende stem, ogen sluiten)
    2. Cognitieve respons (gedachten van angst, beelden van lichamelijke schade)
    3. Fysiologische respons (hartslag, ademhaling, spierspanning, buik)
  • Wat zijn leeftijdsverschillen (doorlezen)?

    • Het aantal angsten en de intensiteit verminderen meestal als kinderen ouder worden.
    • Rond de leeftijd van 7 jaar komt zorg meer naar de voorgrond.
    • De angsten worden complexer en gevarieerder naarmate kinderen zich verder ontwikkelen.
      • Angst voor vreemden komt vooral voor bij 6 tot 9 maanden.
      • Angsten rond sociale situaties komen vaker voor bij oudere kinderen en adolescenten
  • 6.2.1 Normal Fears, Worries and Anxieties

  • Welke verschillen zijn er tussen jongens en meisjes mbt angst?

    • Groter aantal angsten bij meisjes
    • Grotere intensiteit bij meisjes
    • Meisjes geven het mogelijk eerder toe / laten het vaker zien (vanwege gender-rol-verwachtingen)
  • Op welke leeftijden zijn kinderen angstig?

    • Intensiteit en aantal angsten neemt af met de leeftijd
    • Worry ontwikkelt zich vanaf ongeveer 7 jaar
    • Angsten zijn leeftijdsgebonden:
      • 6-9 maanden: angst voor vreemden
      • 1 jr: angst voor denkbeeldige wezens
      • 4 jr: angst voor het donker
      • oudere kinderen: sociale angsten, faalangst 
  • 6.2.2 Classification of Anxiety Disorders

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 6.2.2
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat houdt het angstig/depressieve syndroom in (Achenbach)?

    Bij kinderen komen bepaalde angstige en depressieve kenmerken vaak in combinatie voor
    (Deze volgen niet de lijntjes van de DSM)
  • 6.4 Specific Phobias

    Dit is een preview. Er zijn 1 andere flashcards beschikbaar voor hoofdstuk 6.4
    Laat hier meer flashcards zien

  • Wat zijn de diagnostische criteria voor specifieke fobie?

    • Uitgesproken angst voor een specifiek object of situatie
    • Onmiddellijke angstrespons bij blootstelling aan de stimulus, bijna elke keer
    • Vermijding of angstig ondergaan
    • Angst is buiten proportie tov het daadwerkelijke risico
    • Angst is persistent (>6 maanden)
    • Lijdensdruk
  • Wat zijn diagnostische criteria voor specifieke fobieën (doorlezen)?

    1. Duidelijke Angst: Er is een duidelijke angst voor een specifiek object of situatie.
    2. Onmiddellijke Angstreactie: Bij blootstelling aan de specifieke stimulus treedt vrijwel altijd een onmiddellijke angstreactie op.
    3. Vermijding: De persoon vermijdt de blootstelling aan de specifieke stimulus of doorstaat deze met angst.
    4. Disproportionaliteit: De angst staat niet in verhouding tot het werkelijke risico van de situatie of het object.
    5. Duur: De angst moet al zes maanden of langer aanhouden.
    6. Significant Lijden: De angst veroorzaakt aanzienlijk lijden of belemmert de normale routine, het academisch functioneren of de sociale relaties van de jongere.
  • 6.4.3 Epidemiology

  • Hoe vaak komen specifieke fobieën voor? In combinatie met welke andere problemen?

    • Vaak, tot 10% prevalentie
    • Meisjes vaker dan jongens
    • Meestal meer dan 1 fobie, vaak ook andere angststoornissen, depressie, stemmingsstoornissen en externaliserende stoornissen zoals ODD

Om verder te lezen, klik hier:

Lees volledige samenvatting
Deze samenvatting +380.000 andere samenvattingen Een unieke studietool Een oefentool voor deze samenvatting Studiecoaching met filmpjes
  • Hogere cijfers + sneller leren
  • Niets twee keer studeren
  • 100% zeker alles onthouden
Ontdek Study Smart

Onderwerpen gerelateerd aan Samenvatting: Abnormal Child And Adolescent Psychology